Il:-Bock, VaTit., nl Hoofäp. Van huvelihssoeë. 785 FIWÉEDÉ AFDÉELING.
Van de regten van den man op het hwwclijks- goed, en van de onvervreemdbaarheid van onroerend goed, ten huwelijk gegevens*
Aït, 1549,
De man alleen heeft, flaande het huwelik,.de®behee- ring van het huwelijksgoed. É Hij heeft alleen het regt om de fchuldenaars en bezit* ters van het zelve, in egten te vervolgen, de vrucaten en interesfen. daar van te. genieten, en de. aftelosfene capitalen te ontvangen. a. Men mag echter by huwelÿks-contract overeenkomen, dat de vrouw jaarlÿks, op hare eigené quitantiën, een igedeélte. van‘hare inkomften, tot haar onderhoud en bij- -ondere béhoëéfien trékken Zzal°°?°°: 3e
Art. 1550. De man is niet gehouden; om‘borg te flellen voor de
ontvangst. van het huwelikksgoed,, indien hi ich daar *0e bij het huwelÿks-contract niet.vérbonden, héeft.
Art. 155 Left Sata ontrel
Indien het huwelïksgoed, of-sen gedeelte van het zel- ve, beftaat in roerende goëderen, die bÿ het huwelÿks-
contract op: waardé;gefteld zÿn3;1zonder‘verklaring ,: dat
die. waardeering..geen verkoop:maakt, wordt: de man daat van eigenaar, en is alleenlik verfchuldigd de waar- de, waar op dat roerenñd goed begroot is.
Art. 1552.
©: De‘begrooting van“onroerend&goed, het welk tot hü- welÿksgoed beftemd is, draagt den eigendom«niet Over aan den man, indien zulks niet uitdrukkelÿk verkipard
is,
Art. 1533e


