lé he
ne, um, à, le,
+ Rte) Li{ir ù je
Lt ty 1 np Ve à
DIT) js, 1 . y(4
es, fl:
EL
LIL, Boek, PV, Tir.» LL Hoofdf, Van huvelijksgord. 781 Arts 1544
Indien de vader en tmmoëder te Zzaïnen een huwelijks- goed daarftellen, zonder te bepalen het gedeelte, dat elk hunner daar in dragen zal, wordt het zelve geoordeeld voor gelijke declen te zijn daargefteld,;
Zoo het huwelijksgoed door dén vader alleen, doch van vaders en moeders wege, is daargefteld, zal de moeder, fchoon bij het contract tegenwoordig zinde, niet verbonden zijn, en zal het huwelijksgoed geheel en al ten laste van den vader blijven.
Art. 1545.
Indien de langstlevende vader of moeder een huwelijks- goed uit dé vaderliÿke en moederliÿke goederen daarftelt, zonder de gedeélten te bepalen, zal het huwelijksgoed eerst genomen worden uit dat geen, wWaar tO€ de toeko-
-mende echtgenoot in den boedel van den vooroverleden
vader of moeder gerestigd is, en het verdere uit de goe- deren van den geen, die het huwelijksgoed heeft daarge-
“fteld.
ATE 1546
Alhoewel cene dochter, die van haren vader en moe- der een. huwelijksgoed bekomen heeft,. goederen bezit, welke haar in eigéndom toebehooren, en Waar van de oudets het genot hebben, zal het huwelijksgoëd genomen worden uit de goederen van die gétien, welke het zelve hebben daargefteld, indien het tegendeel niet bedongen is.
Aït. 1547
Zi, die een huweliksgoed daarfiellen, zÿn gehouden om de goederen, daar toe gegeven, te vrijwarens:
Art. 1548.
De Mmteresfen van het huwelÿksgoed loopen naar reg-
ten van den dag des. huwelijks, tegen die genen, die
hetzelve beloofd hebben, fchoon ook de betaling op tijd gefteld is, ten ware het tegendeel bedongen is.
TE E-
Cars es
nie+ 15e
3« mY
L'on ES +>:
: Es


