AVIVAAHVAT
28
zijnen, waarvan hij vader( moeder) of getuige is, in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen, of te doen en te helpen onderwijzen?
FORMULIER VAN DEN H. DOOP.
Antw. Ja wij.
Daarna in het doopen spreekt de Dienaar des goddelijken woords aldus:
N, IK DOOP U IN DEN NAAM DES VADERS, EN DES ZOONS, EN DES HEILIGEN GEESTES.
Dankzegging.
Almagtige, barmhartige God en Vader! wij danken en loven U, dat Gij ons en onze kinderen, door het bloed van uwen lieven Zoon Jezus Christus, al onze zonden vergeven, en ons door uwen Heiligen Geest tot lidmaten van uwen eeniggeboren' Zoon, en alzoo tot uwe kinderen aangenomen hebt, en ons hetzelve met den heiligen Doop verzegelt en bekrachtigt. Wij bidden U ook, door denzelven uwen lieven Zoon, dat Gij deze gedoopte kinderen met uwen Heiligen Geest altijd wilt regeren, opdat zij Christelijk en godzalig opgevoed worden, en in den Heer Jezus Christus wassen en toenemen, opdat zij uwe Vaderlijke goedheid en barmhartigheid, die Gij hun en ons allen bewezen hebt, mogen bekenen in alle geregtigheid, onder onzen eenigen Leeraar Koning en Hoogepriester, Christus Jezus, leven, en vromelijk tegen de zonde, den duivel en zijn gansche rijk strijden en overwinnen mogen, om U, en
nen,
uwen
Zoon Jezus Christus, mitsgaders den Heiligen Geest, den eenigen en waarachtigen God, eeuwig te loven en te prijzen. Amen.
FORMULIER,
om het heilige Avondmaal te houden.
Geliefden in den Heer Jezus Christus! hoort aan de woorden van de inzetting van het heilige Avondmaal van onzen Heer Jezus Christus, welke ons beschrijft de heilige Apostel Paulus, 1 Kor. XXI: 23-29.
Want ik heb van den Heer ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heer Jezus in den nacht, in welken hij verraden werd, het brood nam: en als i gedankt had, brak hij het, en zeide: neemt, eet, dat is mijn ligchaam, hetwelk voor u gebroken wordt: doet dat tot mijne gedachtenis! Desgelijks [ nam] hij ook den drinkbeker na het eten des Avondmaals, en zeide: deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in mijn blocd: doet dat, zoo dikwijls als gij[ dien] zult drinken, tot mijne gedachtenis! Want zoo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zoo verkondigt den dood des Heeren, tot dat hij komt! Zoo dan, wie onwaardig dit brood eet, of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het ligchaam en bloed des Heeren. Maar de mensch be proeve zich zelven, en ete at zoo van het brood, en drinke van den drinkbeker: want die onwaardig eet en drinkt die eet en drinkt zich zelven een oordeel, niet onderschei dende het ligchaam des Heeren.
Opdat wij nu tot onzen troost des Heeren Avondmaal mogen houden, is vóór alle dingen noodig; eerstelijk, dat wij ons te voren regt beproeven; ten an dere, dat wij het tot dat einde rigten, waar toe het de
Heer


