Druckschrift 
Het Boek der Psalmen : nevens de gezangen, bij de Hervormde Kerk van Nederland in Gebruik : door last van de hoog mogende Heeren Staten Gerneraal der vereenigde Nederlanden ; uit drie berijmingen, in het Jaar 1773 gekozen, met de noodige daarin gemaakte veranderingen ; ingerigt overeenkomstig de thans meest gebruikelijke Taal en Spelling / bij de Nederlandsche Bijbel-Compagnie
Entstehung
Einzelbild herunterladen

AAAAA

FORMULIER VAN DEN H. DOOP.

27

Dit betuigt ook Petrus, Hand.| lijk dragen mogen, hem aan­II: 39 met deze woorden: Aan hangen met waarachtig geloof, u komt de belofte toe, en aan vaste hoop en vurige liefde, uwe kinderen, en aan allen, dat zij dit leven;( hetwelk die verre zijn, zoo velen als toch niet anders is dan een ge­er de Heer, onze God, toe stadige dood,) om uwen wil, roepen zal. getroost verlaten, en ten laat­sten dage voor den regterstoel van Christus, uwen Zoon, zon­der verschrikken mogen ver­schijnen, door denzelven, on­zen Heer, Jezus Christus, uwen Zoon, die met U en den Hei­ligen Geest, één eenig God, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.

Daarom heeft hen God voor­maals bevolen te besnijden, het­welk een zegel des verbonds en der geregtigheid des geloofs was gelijk ook Christus hen omhelsd, de handen opgelegd en gezegend heeft. Mark. X: 16. Dewijl dan nu de Doop in de plaats der Besnijdenis gekomen is, zoo zal men de jonge kinde­ren, als erfgenamen van het rijk van God en van zijn verbond doopen en de ouders zulien ge­houden zijn hunne kinderen, in het opwassen, hiervan breeder te onderwijzen.

Opdat wij dan ook deze heilige ordening van God, tot zijne

eer

tot onzen troost en tot stichting der gemeente uit­rigten mogen, zoo laat ons zijnen heiligen naam aldus aanroepen:

Vermaning aan de Ouders, en die mede ten Doop komen.

Geliefden in den Heer Chris­tus! gij hebt gehoord, dat de Doop eene ordening van God is, om aan ons en aan onze kinde­

ren zijn verhond te verzegelen; daarom moeten wij denzelven tot dat einde, en niet uit ge­woonte of bijgeloovigheid ge­bruiken. Opdat het dan open­baar worde, dat gij alzoo ge­zind zijt, zult gij van uwent wege hier op ongeveinsd ant­woorden:

almagtige, eeuwige God! ( Gij, die naar uw streng oordeel Eerstelijk, hoewel onze kinde­de ongeloovige en onboetvaar- ren in zonden ontvangen en ge­dige wereld met den zondvloed boren zijn, en daarom aan al­gestraft hebt, en den geloovigen lerhande ellendigheid, ja aan Noach met hun achten, naar de verdoemenis zelve onder­uwe groote barmhartigheid be- worpen, of gij niet bekent houden en bewaard; Gij, die dat zij in Christus geheiligd den verstokten Farao, met al zijn, en daarom, als lidmaten zijn volk, in het Roode meer zijner gemeente, behooren ge­verdronken hebt, en uw volk Is- doopt te wezen?

raël droogvoets daardoor ge- Ten andere of gij de leer, leid, door hetwelk de Doop die in het Oude en Nieuwe Tes­beduid werd!) wij bidden U, tament, en in de Artikelen des bij uwe grondelooze barmhar Christelijken geloofs begrepen tigheid, dat Gij deze kinderen is, en in de Christelijke Kerk genadig wilt aanzien, en door alhier geleerd wordt, niet be­uwen Heiligen Geest uwen Zoon kent, de waarachtige en vol­Jezus Christus inlijven; opdat komene leer der zaligheid te zij met hem in zijnen dood be- wezen? graven worden, en met bem mogen opstaan in een nieuw leven; opdat zij hun kruis, hem dagelijks navolgende, vro- gekomen zijn, een iegelijk de

Ten derde, of gij niet belooft en u voorneemt, deze kinderen, als zij tot hun verstand zullen

zij­