Druckschrift 
Het Boek der Psalmen : nevens de gezangen, bij de Hervormde Kerk van Nederland in Gebruik : door last van de hoog mogende Heeren Staten Gerneraal der vereenigde Nederlanden ; uit drie berijmingen, in het Jaar 1773 gekozen, met de noodige daarin gemaakte veranderingen ; ingerigt overeenkomstig de thans meest gebruikelijke Taal en Spelling / bij de Nederlandsche Bijbel-Compagnie
Entstehung
Einzelbild herunterladen

THRVARAAAA

CATECHISMUS. ZONDAG 45, 46, 47, 48.

De 46. Zondag.

120. Vr. Waarom heeft Chris­

tus ons geboden God alzoo aan te spreken: Onze Vader?

Antw. Opdat hij van stonden aan, in het begin van ons ge­bed, in ons de kinderlijke vreeze en toevoorzigt tot God verwekken zou, het welke de grond onzes gebeds is; name­lijk, dat God onze Vader door Christus geworden is, en dat Hij ons veel minder afslaan zal, hetgeen wij van Hem met een regt geloof bidden, dan onze vaders ons aardsche din­gen ontzeggen.

121. Vr. Waarom wordt hier toegedaan: die in de hemelen [ zijt]?

Antw. Omdat wij van de he­melsche Majesteit Gods niet aardschelijk gedenken, en van zijne almagt alle nooddruft des ligehaams en der ziel verwach­ten zouden.

De 47. Zondag.

Antw. Daarom, dat hetzelve het voornaamste stuk der dank­baarheid is, welke God van ons vordert; en dat God zijne ge­nade en den Heiligen Geest al­leen aan hen geven wil, die Hem, met hartelijke zuchten, zonder ophouden, daarom bid­den, en daarvoor danken.

117. Vr. Wat behoort tot zulk een gebed, dat Gode aange­naam is, en van Hem ver­hoord wordt?

Antw. Eerstelijk, dat wij al­leen den eenigen waren God, die zich in zijn woord geopen­baard heeft, om al hetgeen Hij ons geboden heeft te bidden, van harte aanroepen: ten an­dere, dat wij onzen nood en onze ellende regt en grondig kennen, opdat wij ons voor het aangezigt van zijne Majesteit verootmoedigen: ten derde, dat wij dezen vasten grond hebben, dat Hij ons gebed, niettegen­staande wij zulks onwaardig zijn, om des Heeren Christus wil, zekerlijk wil verhooren, gelijk Hij ons in zijn woord be­loofd heeft.

En vergeef ons onze schul­den, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren;

VANE VANAVAN

En leid ons niet in verzoe­king, maar verlos ons van den booze!

118. Vr. Wat heeft God ons Antw. Uw naam worde ge­bevolen van Hem te bidden? heiligd, dat is, geef ons eer­Antw. Alle geestelijke en lig- stelijk, dat wij U regt kennen, chamelijke nooddruft, welke de en Ü in al uwe werken, in wel­Heer Christus begrepen heeft in ke uwe almagt, wijsheid, goed­het gebed, dat hij zelf ons ge- heid, geregtigheid, barmbartig­heid en waarheid klaarlijk schij­nen, heiligen, roemen en prij­zen: daarna ook, dat wij al ons leven, gedachten, woorden en werken alzoo schikken en rig­ten, dat uw naam om onzen wil' niet gelasterd, maar geëerd en geprezen worde.

leerd heeft. 119. Vr. Hoe luidt dat gebed? Antw. Onze Vader, die in de hemelen[ zijt]!

Uw naam worde geheiligd; Uw Koningrijk kome; Uw wil geschiede op aarde, gelijk ook in den hemel;

Geef ons heden ons dage­lijksch brood;

d

Want uw is het koningrijk, en de kracht, en de heerlijk heid in de eeuwigheid. Amen!

2.

17

122. Vr. Welk is de eerste bede?

De 48 Zondag.

123. Vr. Welk is de tweede bede?

Antw. Uw koningrijk kome, dat is, regeer ons alzoo door uw woord en uwen Geest, dat wij ons langs zoo meer aan U onderwerpen: bewaar en ver­meerder uwe Kerk, verstoor de werken des duivels', en alle ge­

2

weld