AVANS
Vivivi
ANANIMIVIVARAUFH
CATECHISMUS. ZONDAG 41, 42, 43, 44, 45.
16
telijk leven moeten, hetzij in den heiligen huwelijken staat,
of buiten denzelven.
109. Vr. Verbiedt God in dit gebod niet meer dan echtbreken en dergelijke schanden?
Antw. Dewijl ons ligchaam en onze ziel tempelen des Heiligen Geestes zijn, zoo wil Hij, dat wij die beide zuiver en heilig bewaren daarom verbiedt Hij alle onkuisehe daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat den, mensch daartoe trekken kan.
laden wil: insgelijks, dat ik in het gerigt en alle andere handelingen, de waarheid lief hebbe, opregtelijk spreke en be kenne: ook mijns naasten eer en goed gerucht, naar mijn vermogen, voorsta en bevordere.
De 44. Zondag.
113. Vr. Wat eischt van ons het tiende gebod?
Antw. Dat ook de minste lust of gedachte tegen eenig gebod van God in ons hart nimmermeer kome; maar dat wij, te allen tijde, van ganscher harte, aller zonden vijand zijn, en lust tot alle geregtigheid hebben.
114. Vr. Maar kunnen degenen, die tot God bekeerd zijn, deze geboden volkomenlijk houden?
Antw. Neen zij: want ook de allerheiligsten, zoo lang zij in dit leven zijn, hebben maar een klein beginsel' van deze gehoor zaamheid; doch alzoo, dat zij met een ernstig voornemen, niet alleen naar sommige, maar naar alle geboden van God beginnen te leven.
De 42. Zondag.
110. Vr. Wat verbiedt God in het achtste gebod?
Antw. God verbiedt niet alleen het stelen en rooven, hetwelk de overheid straft; maar Hij noemt ook dieverij, alle booze stukken en aanslagen, waarmede wij onzes naasten goed aan ons denken te brengen, hetzij met geweld of schijn van regt, als met onregt gewigt, elle, maat, ware, munt, woeker of door eenig middel 115. Vr. Waarom laat God ons van God verboden: waarbij ook alle gierigheid, alle misbruik dan zoo scherpelijk de tien ge en verkwisting zijner gaven. boden prediken, indien toch 111. Vr. Maar wat gebiedt niemand dezelve' in dit leven God in dit gebod?
houden kan?
Antw. Dat ik mijns naasten nut, waar ik kan en mag, bevordere, met hem alzoo handele, als ik wilde, dat men met mij handele: daarbij ook, dat ik getrouw arbeide, opdat ik den nooddruftigen helpen mag. De 43. Zondag.
Antw. Eerstelijk, opdat wij ons leven lang onzen zondigen aard hoe langer hoe meer lee ren kennen, en des te begee riger zijn om de vergeving der zonden en de geregtigheid in Christus te zoeken: daarna dat wij zonder onderlaten ons benaarstigen, en God bidder de genade des Heiligen Geestes, opdat wij langs zom meer naar het evenbeeld van God vernieuwd worden, totda
om
Antw. Dat ik tegen niemand valsche getuigenis geve, nieImands woorden verkeere, geen wij tot deze voorgestelde volko
menheid na dit leven geraken
112. Vr. Wat wil het negende gebod?
achterklapper of lasteraar zij niemand ligtelijk en onverhoord oordeele, of helpe verdoemen: maar allerlei leugen en bedriegen, als eigene werken des Duivels, vermijde, tenzij ik den zwaren toorn van God op mij
VAN HET GEBED
De 45. Zondag. 116. Vr. Waarom is het gebe voor de Christenen noodig?
Anti


