ANAVANANIVINS
HAHAVAT
10
CATECHISMUS. ZONDAG 27, 28.
74. Vr. Zal men ook de jon-| hand ontvang en mondelijk g ge kinderen doopen?
niet.
Antw. Ja; want mitsdien zij zoo wel als de volwassenen in het verbond van God en in zijne gemeente begrepen zijn, en dat hun door Christus bloed de
verlossing van de zonden, en de Heilige Geest, die het geloof werkt, niet minder dan aan de volwassenen toegezegd wordt, zoo moeten zij ook, door den Doop, als door het tecken des verbonds, in de Christelijke Kerk ingelijfd, en van de kinderen der ongeloovigen onderscheiden worden, gelijk in het Oude Verbond of Testament door de Besnijdenis geschied is, voor welke in het Nieuwe Verbond de Doop ingezet is.
76. Vr. Wat is dat te zeggen, het gekruisigde ligchaam Christus te eten en zijn ver goten bloed te drinken?
Antw. Het is niet alleen, met een geloovig hart, het gansche lijden en sterven van Christus aan te nemen, en daardoor ver geving der zonden en het ee wige leven te verkrijgen, maar ook daar benevens door den Hei ligen Geest, die zamen in Chris tus en in ons woont, alzoo met zijn heilig ligchaam hoe langer hoe meer vereenigd te worden, dat wij, al is het dat Christus in
den hemel is en wij op aarde zijn, nogtans vleesch van zijn vleesch, en been van zijne hee nen zijn, en dat wij door éénen Geest( als leden van één li chaam door ééne ziel) eeuwiglijk leven en geregeerd worden. 77. Vr. Wáár heeft Christus beloofd, dat hij de geloovigen alzoo zeker met zijn ligchaam en bloed wil spijzen en laven, als zij van dit gebroken brood elen en van dezen drinkbeker drin ken?
in den nacht, in
Antw. In de Inzetting des Avondmaals, welke aldus luidt: ( 1 Kor. XI: 23-26) Onze Heer Jezus nam, van dit gebroken wellen hij verraden werd, brood te eten, en van dezen het brood; en als hij gedankt drinkbeker te drinken bevolen had, brak hij het, en zeide: heeft, en daarbij ook belooft: eerstelijk, dat zijn ligchaam zoo zeker voor mij aan het kruis geofferd en gebroken, en zijn
neemt, eet! dat is mijn lig chaam, hetwelk voor u broken' wordt; doet dat tot mijne gedachtenis. Des
bloed voor mij vergoten is, als lijks[ nam] hij ook den drinkik met oogen zie, dat het brood beker na het eten des Avonddes Heeren voor mij gebroken, maals, en zeide: deze drinken de drinkbeker mij medege- beker is het Nieuwe Testament in mijn bloed; doet dat, dat hij zelf mijne ziel, met zijn zoo dikwijls als gij[ dien] zult gekruisigd ligchaam en vergo- drinken, tot mijne gedachte
deeld wordt; en ten andere,
ten bloed, zoo zeker tot het eeu- nis. Want zoo dikwijls als wige leven spijst en laaft, als ik gij dit brood zult eten, en de het brood en den drinkbeker des zen drinkbeker zult drinken, Heeren( als zekere waarteeke- zoo verkondigt den dood des nen van het ligchaam en bloed Heeren tot dat hij komt. van Christus) uit des dienaars
Deze toezegging wordt ook her. haald
VAN HET HEILIG AVONDMAAL VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.
De 28. Zondag.
75. Vr. Hoe wordt gij in het heilig Avondmaal vermaand en verzekerd, dat gij aan de eenige offerande van Christus, aan het kruis volbragt, en aan al zijn goed gemeenschap hebt?
Antw. Alzoo, dat Christus aan mij en alle geloovigen, tot zijne gedachtenis,


