Druckschrift 
Het Boek der Psalmen : nevens de gezangen, bij de Hervormde Kerk van Nederland in Gebruik : door last van de hoog mogende Heeren Staten Gerneraal der vereenigde Nederlanden ; uit drie berijmingen, in het Jaar 1773 gekozen, met de noodige daarin gemaakte veranderingen ; ingerigt overeenkomstig de thans meest gebruikelijke Taal en Spelling / bij de Nederlandsche Bijbel-Compagnie
Entstehung
Einzelbild herunterladen

MAAARA

CATECHISMUS. ZONDAG 25, 26, 27.

9

ter te verstaan geven en ver-| gestort heeft; daarna ook door zegelen zou: namelijk, dat Hij den Heiligen Geest vernieuwd en tot lidmaten van Christus ge­heiligd te zijn, opdat wij hoe­langer hoe meer der zonden af­sterven, en in een godzalig, on­straffelijk leven wandelen.

ons, van wege het eenig slagt­offer van Christus, aan het kruis volbragt, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.

67. Vr. Zijn dan beide het Woord en de Sacramenten daar­henen gerigt, of daartoe ver­ordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op den eenigen grond onzer zaligheid, wijzen? Antw. Ja zij toch: want de Heilige Geest leert ons in het Evangelie,

en verzekert ons

door de Sacramenten, dat onze volkomene zaligheid in de eeni­ge offerande van Christus staat, die voor ons aan het kruis ge­schied is.

68. Vr. Hoeveel Sacramenten heeft Christus in het Nieuwe Verbond of Testament ingezet? Antw. Twee, namelijk den heiligen Doop en het heilig

Avondmaal.

VAN DEN HEILIGEN DOOP.

De 26. Zondag.

71. Vr. Wáár heeft ons Chris­tus toegezegd, dat hij ons zoo zeker met zijn bloed en Geest wässchen wil, als wij met het doopwater gewassehen worden?

Antw. In de inzetting des Doops, welke aldus luidt: gaut henen, onderwijst alle vol­ken, dezelve doopende in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Gees­tes. En: die geloofd zal heb­ben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden maar die niet zal geloofd hebben, zal ver­doemd worden.

Deze belofte wordt ook her­haald, waar de Schrift den Doop het bad der wedergeboor­te, en de afwassching der zon­

den noemt.

De 27. Zondag.

72. Vr. Is dan het uiterlijk waterbad de afwassching der zonden zelve?

Antw. Neen het: want alleen het bloed van Jezus Christus, en de Heilige Geest reinigt ons van alle zonden.

69. Vr. Hoe wordt gij in den heiligen Doop vermaand en ver­zekerd, dat de eenige offerande van Christus, aan het kruis ge­schied, u ten goede komt?

73. Vr. Waarom noemt dan de Heilige Geest den Doop, het bad der wedergeboorte en de afwassching der zonden?

Antw. Alzoo, dat Christus dit uitwendig waterbad ingezet, en daarbij toegezegd heeft, dat ik zoo zeker met zijn bloed en Geest Antw. God spreekt alzoo niet van de onreinheid mijner ziel, zonder groote oorzaak, name­dat is, van al mijne zonden, lijk: niet alleen om ons daar­gewasschen ben, als ik uitwen- mede te leeren, dat gelijk de dig met het water, hetwelk de on- onzuiverheid des ligchaams door zuiverheid des vleesches pleegt het water, alzoo ook onze zon­weg te nemen, gewasschen ben. den door het bloed en den Geest 70. Vr. Wat is het, met het van Jezus Christus weggenomen bloed en den Geest van Chris- worden; maar veel meer, opdat tus gewasschen te zijn? Hij ons door dit goddelijk pand en waarteeken wil verzekeren, dat wij zoo waarachtig van on­ze zonden geestelijk gewasschen zijn, als wij uitwendig met wa­ter gewasschen worden. 74. Vr.

Antw. Het is vergeving der zonden van God uit genade te hebben, om het bloed van Chris­hetwelk hij in zijne offeran­de aan het kruis voor ons uit­

tus,