Druckschrift 
Het Boek der Psalmen : nevens de gezangen, bij de Hervormde Kerk van Nederland in Gebruik : door last van de hoog mogende Heeren Staten Gerneraal der vereenigde Nederlanden ; uit drie berijmingen, in het Jaar 1773 gekozen, met de noodige daarin gemaakte veranderingen ; ingerigt overeenkomstig de thans meest gebruikelijke Taal en Spelling / bij de Nederlandsche Bijbel-Compagnie
Entstehung
Einzelbild herunterladen

NALALALALA

VANAVANIN

i\/\/

CAMAHAV

8

CATECHISMUS. ZONDAG 22, 23, 24, 25,

58. Vr. Wat troost schept gij| alleen door het geloof, aanne uit het Artikel van het eeuwi- men en mij tocëigenen kan. ge leven?

De 24. Zondag.

62. Vr. Maar waarom kunnen onze goede werken niet de ge regtigheid voor God, of een stuk van dezelve zijn?

Antw. Daarom, dat de gereg tigheid, die voor Gods gerigt bestaan kan, gansch volkomen en aan de wet van God in alle stukken gelijkmatig zijn moet; en dat ook onze beste werken in dit leven alle onvolkomen e met zonden bevlekt zijn.

Antw. Dat, nademaal ik nu het beginsel der eeuwige vreug­de in mijn hart gevoele, ik na dit leven volkomene zaligheid bezitten zal, welke geen oog gezien, en geen oor gehoord heeft, en in geens menschen hart gekomen is, en dat, om God daarin eeuwig te prijzen.

VAN DE REGTVAARDIGING. De 23. Zondag.

59. Vr. Maar wat baat het u nu, dat gij dit alles gelooft? Antw. Dat ik in Christus voor God regtvaardig ben, en een erfgenaam van het eeuwige

leven.

60. Vr. Hoe zijt gij regtvaar­dig voor God?

Antw. Alleen door een opregt geloof in Jezus Christus: alzoo, dat, al is het, dat mij mijn ge­weten beklaagt, dat ik tegen al de geboden Gods zwaarlijk ge­zondigd, en van dezelve geen gehouden heb, en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben, nog­tans God, zonder eenige mijner verdienste, uit loutere genade, mij de volkomene genoegdoe­ning, geregtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toere­kent, even als had ik nooit zon­de gehad noch gedaan, ja als had ik ook al de gehoorzaam­heid volbragt, welke Christus voor mij volbragt heeft, zoo

63. Vr. Hoe, verdienen onze goede werken niet, welke God nogtans in dit en in het toeko mende leven wil beloonen?

Antw. Deze belooning ge niet uit verdienste, schiedt maar uit genade. 64. Vr. Maar maakt deze leer geen zorgelooze en goddelooze menschen?

Antw. Neen zij: want het is onmogelijk, dat, zoo wie Chris tus door een waarachtig geloo ingeplant is, niet zou voort brengen vruchten der dank­baarheid.

VAN DE SACRAMENTEN

De 25. Zondag.

65. Vr. Aangezien dan alleen het geloof ons aan Christus en al zijne weldaden deelachtig maakt, van waar komt zulk een geloof?

Antw. Van den Heiligen Geest, werkt, door de verkondiging van het heilig Evangelie, hetzelve sterkt door het ge bruik der Sacramenten. 66. Vr. Wat zijn de Sacra­menten? Antw. De Sacramenten zijn maar daarom, dat alleen de heilige, zichtbare waarteekenen

met een geloovig hart aanneem. verre ik zulk eene weldaad die het geloof in onze harten 61. Vr. Waarom zegt gij, dat gij alleen door het geloof regt­vaardig zijt?

Antw. Aiet, dat ik van wege de waardigheid van mijn ge­loof Gode aangenaam ben,

genoegdoening, geregtigheid en

heiligheid van Christus mijne opdat Hij ons, door het ge

en zegelen, van God ingezet,

derzelve,

de beloften

geregtigheid voor God is, en bruik

dat ik dezelve niet anders, dan van het Evangelie des te be

ter