CATECHISMUS. ZONDAG 19, 20, 21, 22.
De 21. Zondag.
De 19. Zondag.
50. Vr. Waarom werd daarbij gezet, zittende ter regterhand Gods?
Antw. Dat Christus daarom ten hemel gevaren is, opdat hij zich zeiven dáár bewijze als het Hoofd zijner Christelijke Kerk, door hetwelk de Vader alle dingen regeert.
51. 7r. Wat nuttigheid brengt ons nu deze heerlijkheid van ons Hoofd Christus?
54. Vr. Wat gelooft gij van de heilige, algemeene, Christelijke Kerk?
Antw. Dat de Zoon van God, uit het gansche menschelijke geslacht, zich eene gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door zijnen Geest en woord in eenigheid des waren geloofs, van het begin der wereld tot aan het einde, vergadert, beschermt en onderhoudt; en dat ik daarvan een levend lidmaat ben, en eeuwig zal blijven.
55. Vr. wat verstaat gij door de gemeenschap der heiligen?
Antw. Eerstelijk, dat alle en elk geloovige, als lidmaten, aan den Heer Christus en aan al zijne schatten en gaven gemeenschap hebben; ten andere, dat elk zich moet schuldig weten, zijne gaven, ten nutte en tot zaligheid der andere lidmaten, gewillig en met vreugde aan te leggen.
Antw. Dat ik in alle droefenis en vervolging, met een opgerigt hoofd, even denzelfden, die zich te voren om mijnen wil voor Gods gerigt gesteld, en al den vloek van mij weggenomen heeft, tot eenen Regter uit den hemel verwachte; Antw. Dat God, om het gedie al zijne en mijne vijanden noegdoen van Christus, aan al in de eeuwige verdoemenis wer- mijne zonden, ook mijnen zonpen, maar mij, met alle uit- digen aard, waarmede ik al mijn verkorenen, tot zich in de he- leven lang te strijden heb, nimmelsche blijdschap en heerlijk- mermeer wil gedenken, maar heid nemen zal.
56. Vr. Wat gelooft gij van de vergeving der zonden?
mij uit genade de geregtigheid van Christus schenken, opdat ik nimmermeer in het gerigt van God kome.
De 22. Zondag.
57. Vr. Wat troost geeft u de opstanding des vleesches?
Antw. Eerstelijk, dat hij zaAntw. Dat niet alleen mijne men met den Vader en den ziel, na dit leven van stonden Zoon, waarachtig en eeuwig aan, tot Christus, haar Hoofd, God is; ten andere, dat hij zal opgenomen worden; maar ook aan mij gegeven is, op- dat ook dit mijn vleesch, door dat hij mij, door een opregt de kracht van Christus opgegeloof, aan Christus en al zij- wekt zijnde, weder met mijne ne weldaden deelachtig make, ziel vereenigd, en aan het heermij trooste, en bij mij eeu- lijk ligehaam van Christus gewig blijve.
lijkvormig zal worden.
58. Vr.
Antw. Eerstelijk, dat hij door zijnen Heiligen Geest, in ons, zijne lidmaten, de hemelsche gaven uitgiet; daarna, dat hij ons met zijne magt tegen alle vijanden beschut en bewaart.
HURUFORMAVA
52. Vr. Wat troost u de wederkomst van Christus, om te oordeelen de levenden en de dooden!
VAN GOD DEN HEILIGEN GEEST.
De 20. Zondag.
53. Vr. Wat gelooft gij van den Heiligen Geest?
7


