AVAVAVivivivivivivIVINIVIVANS
ATXANANHVV
VAVAUHVAVAU
3
CATECHISMUS. ZONDAG 16, 17, 18.
Antw. Daarom, dat van wege, worden wij ook door zijne kracht de geregtigheid en waarheid opgewekt tot een nieuw leven; Gods, niet anders voor onten derde, is de opstanding van ze zonden kon betaald worden, Christus een zeker pand van dan door den dood van Gods onze zalige opstanding. Zoon.
41. Vr. Waarom is hij begraven geworden?
De 18. Zondag.
Antw. Om daarmede te betui
gen, dat hij waarlijk gestor
ven is.
46. Vr. Wat verstaat gij daarmede, opgevaren ten hemel? Antw. Dat Christus voor de oogen zijner jongeren van de aarde ten hemel is opgeheven, en dat hij ons ten goede dáár is, tot dat hij wederkomt, om te oordeelen de levenden en de dooden.
47. Vr. Is dan Christus niet bij ons tot aan het einde der wereld, gelijk hij ons beloofd heeft? Antw. Christus is waarachtig mensch en waarachtig God; naar zijne menschelijke natuur Antw. Dat door zijne kracht is hij niet meer op aarde, maar onze oude mensch met hem ge- naar zijne godheid, majesteit, kruisigd, gedood en begraven genade en geest wijkt hij nimwordt; opdat de booze lusten mermeer van ons. van het vleesch in ons niet meer
48. Vr. Maar zoo de menschregeren, maar dat wij ons zel- heid niet overal is, waar de
ven hem tot eene offerande der dankbaarheid opofferen.
godheid is, worden dan die twee
44. Vr. Waarom volgt er, nedergedaald ter helle?
naturen in Christus niet van elkander gescheiden?
Antw. Ganschelijk niet: want mitsdien de godheid onbegri pelijk en overaltegenwoordig is, zoo moet volgen, dat zij
Antw. Opdat ik in mijne hoogste aanvechtingen verzekerd zij, en mij ganschelijk vertrooste, I dat mijn Heer Christus, door zij- wel buiten hare aangenomene ne onuitsprekelijke benaauwd- menschheid is, en nogtans ook heid, smarten, verschrikkingen in dezelve is, en persoonlijk met en helsche kwalen, in welke hij, haar vereenigd blijft. in zijn gansche lijden, maar inzonderheid aan het kruis gezonken was, mij van de
49. Vr. Wat uut ons de hemelvaart van Christus?
2
Antw. Ten eerste, dat hij in
helsche benaauwdheid en pijn den hemel voor het aangezigt
verlost heeft.
42. Vr. Zoo dan Christus voor ons gestorven is, hoe komt het, dat wij ook moeten sterven? Antw. Onze dood is geene bevoor onze zonden, maar alleen eene afsterving der zonden, en een doorgang tot het eeuwige leven.
taling
43. Vr. Wat verkrijgen wij meer voor nuttigheid uit de offerande en dood van Christus
aan het kruis?
zijns Vaders onze Voorspreker is: ten andere, dat wij ons vleesch in den hemel tot een zeker pand hebben, dat hij, als 45. Vr. Wat nut ons de op- het Hoofd, ons, zijne lidmaten,
standing van Christus?
ook tot zich zal nemen; ten der
Antw. Ten eerste, heeft hij de, dat hij ons zijnen Geest tot door zijne opstanding den dood een tegenpand zendt, door wiens geregtigheid, die hij door zijnen ven is, waar Christus is, zitoverwonnen, opdat hij ons de kracht wij zoeken wat daar bodood ons verworven had, kon tende ter regterhand Gods, en deelachtig maken; ten andere, niet wat op de aarde is.
De
De 17. Zondag.
1


