24
ELC
2. Dus wordt gewis, in' t veilig zamenleven,
HVIV
' t regtvaardig voik misdreven?
PSALM 11, 12.
slag van' t vertrouwen omgerukt. Wat heeft het volk,
HE
wien al' t schepsel bukt, Ziet van zijn' troon oplettend
naar beneden; Hij, die nooit duldt, dat d' onschuld wordt
verdrukt, Proeft elks gedrag, zelfs met zijn oogenleden.
KV
3. D' alwijze God beproeft wel eens d' opregten, En tuch
De grond
Maar d' Opperheer, voor
tigt hen: maar elk die' t kwaad bemint, Die het
geweld zijn naaste durft bevechten, Blijft steeds gehaat,
Hij,
tot hem de wraak verslindt. God heeft alreeds der boozen
4. Regtvaardig is de HEER
Slaat
straf gezworen: Straks dalen vuur en strikken, wer
velwind En zwavel neêr; die kelk is hun beschoren.
die in' t regt zijn
gunstig
in al zijn' handel:
PSALM 12.
welbehagen vindt,
' t oog op aller vromen wandel.
ehoud, o HEER! wil ons te hulpe komen,
' t volk ontbreekt, dat liefd' en vreê betracht,
Daar
De
trouw


