CAVAVAVAVA
Opdat het nooit uw streng gerigt ontvlugt',
Maar ete van zijn werk de bittre vrucht.
De
Het
PSALM 10, 11.1
9. O HEER! Gij wilt, door goedheid aangespoord,
U
Den wensch van uw zachtmoedig volk voldoen: be
Gij zult hun hart versterken naar uw woord;
dat
HEER zal toch als koning eeuwig leven;
Verdrukten door uw godlijk regt behoên,
Niet
0
heidendom is uit zijn land verdre- ven.
En
ter hulp van arme weezen spoên; Op
een mensch, uit nietig stof geboren,
voortga door geweld de rust te sto- ren.
PSALM 11.
23
L
p God alleen betrouw ik in mijn nooden; Hoe
zegt gij trotsch tot mij in mijn verdriet: ,, Nu jlings
,, heen! nu naar' t gebergt' gevloden, Gelijk vol angst ,, een schuwe vogel vliedt!" Men ziet den boog door
goddeloozen stellen; Men spant de pees, men schikt den ***
pil, en schiet, Om onverwacht d' opregten neer te vellen.
2. Dus
IVES


