MOHVAHURVAVA
trouw bezwijkt, en' t klein getal der vro
men
Nog kleiner wordt in' t menschelijk geslacht.
2.' t Is al bedrog en valschheid, wat zij spreken;
De
Zij
Glijdt van de tong als vloeijend oliebeken;
3. De
spreken niet dan met een dubbel hart.
HEER, die' t waar' van' t valsch' kan onderscheijen, En' s menschen hart, hoe listig ook, doorziet; Snij' spoedig af de lippen, die ons vlei
De trotsche tong, wier grootspraak elk verdriet.
jen,
vleijerij, een bron
PSALM 12.
,, onze tong,
4. Die zeggen: ,, wij, wij zullen zegepralen Met
,, is
,, oppermagt zet
van bittre smart,
,, Ven;
de heer,
zij staat in ons geweld; Wat
,, zucht,
onze lippen palen;
Wie
5. ,, Omdat mijn volk verwoest wordt en verdre
die ons de wetten stelt?
Omdat het kermt, nooddruftig treurt, en
Zal Ik", zegt God, ,, Mij nu ter hulp bege
» ven, En drijven, die hen aanblaast, op de vlugt."
6. Des HEEREN woord is rein, en al zijn spre
ken
25
HUAVE


