12
dood: Geef mij ten roof niet in zijn handen, Die
mij,
met felle
door wond op wond, Wanneer ik geen' verlosser vond.
2. Mijn God! ZOO' k immer hebb' bedreven Het booze P stuk, mij aangewreven,
hebb' gefnuikt, En een +
kwaad voor goed hebb'
vaar ontrukt,
PSALM 7.
leeuwen tanden,
En werp
vreegenoot bedrogen;( Hem
keer
Uw'
Die mij ten onregt had verdrukt)
3. Zoo moet mijn vijand op de hielen Mij volgen, ja
' t geweld:
geheel vernielen; Hij roov' mijn leven en mijn eer,
mijn kroon ter aarde neer! Sta op, o
HEER! wil mij behoeden: Uw gramschap straff',
E
mijns vijands woeden;
heen vergâren; Beklim
Verscheuren zou
' t Onkreukbaar regt ooit
oneven schaal gebruikt, Of
hemeltroon, uw'
al de volken rigten,
' t Gerigt hebt Gij zelf ingesteld.
4. Zoo zullen zich geheele scharen Van volkren om U
toegewogen, En mijnen
heb ik zelfs' t ge
En
Ontwaak voor mij, en
dan, boven dit gewoel,
regterstoel. De HEER zal
' t onregt voor het regt doen


