doen
elks
AVAVAL
zwichten: Geef dan, 0 HEER! dat
00g
hulp behoeft,
PSALM 7.
E
5. Laat toch het kwaad der goddeloozen Een einde
nemen, straf de boozen;
Mijn regt en vroomheid blijken moog'. PAUZE.
aan;
booze
Gij, die elks hart en
voor
Maar sterk uw volk, dat
proeft. Laat vrij voor U mijn vijand vreezen, Voor
*
U, regtvaardig Opperwezen! Bij U, mijn Bondgod!
is mijn schild, Die' t vroom gemoed behouden wilt.
6. God, die op' t regt zijn' troon wil stichten, God is regtvaardig in zijn rigten, En toont zijn gramschap dag aan dag: Bestrijdt de mensch zijn hoog gezag; Blijft hij zich tegen Hem verzetten; God zal zijn
wissen dood geslepen:
glinstrend wraakzwaard wetten; Hij kromt en spant
7. God heeft de wap'nen aangegrepen,
alree zijn' boog, En dreigt met pijlen van omhoog.
nieren
wringt en kromt de leden,
Tot' s vijands
Hij legt de pijlen op hem
Wie hittig woedt zal niet bestaan: De
In arbeid
van
13


