MOHVACHIRVA
En doe mijn bedde zwemmen In tranen, al den nacht.
7. Mijn oog is rood gekre- ten, Van tranen uitgebeten, Ver
PSALM 6, 7.
ouderd en doorknaagd; Daar ik, in mijn ellenden, Door al mijns vijands benden Verdrukt wordt en gejaagd. 8. Mijn ziel grijp moed: wijkt, boo- zen! Vlugt van mij weg, godloozen! De HEER heeft mijne klagt, Met toegenegen
ooren, Genadig willen hooren, En al mijn smart verzacht.
9. De HEER wild', op mijn ker- men, Zich over
mij ontfermen; Hij heeft mijn stem verhoord: De
HEER zal, op mijn smeeken,
Hij houdt getrouw zijn woord. 10. Hij zal mijn haters we- ren, Hen straks terug doen keeren, Beschaamd en vol van schrik: Zijn grimmigheid, aan' t
doen ontbreken;
&
blaken, Zal hen te schande maken, Zelfs in een oogenblik.
op U,
Geen hulp my
PSALM 7.
1
HEER, mijn God, volzalig Wezen!' k Betrouw
wien zou ik vreezen?
dig uit den nood,
11
Red mij hulpvaar
Eer mij mijn vijand breng' ter
dood:


