10
0
AVIVAVAN
PSALM 6.
PSALM 6.
HEER! Gij zijt welda- dig;
genadig, in uwen toornegloed.
den; Sla mij met medelijden,
Ik ben verzwakt, o HE E RI
Straf mij niet on
2. Vergeef mij al mijn zon- den, Die uwe hoogheid schonden:
Ai! matig uw kastij
Gelijk een vader doet.
E
Genees mij, red mijn leven;
Gij ziet mijn beendren beven; Zoo slaat uw hand mij neer.
3. Mijn ziel, gansch neêrgebo- gen, Schrikt voor uw heilig
oogen, In dezen jammerstaat: Hoe lang zal ik nog klagen?
Hoe lang uw gramschap dragen? O HEER, mijn toeverlaat!
4. Keer eindlijk, HEER! toch we- der; Mijn ziel buigt zich
ter neder: Ai! red haar van' t verderf;
gade, Tot roem van uw genade, En help mij, eer ik sterf.
In' t zwijgend graf ooit prijzen;
Sla mijn ellende
5. Want wie kan, na' t verscheiden, Op aarde meer verbrei
$
den Uw grootheid en uw' lof? Wie zal uw gunstbewijzen
U zingen in het stof?
6. Uw strenge geeselroe- de Maakt mij van' t zuchten moede,
Verteert geheel mijn kracht; Ik voel uw slagen klemmen,


