Druckschrift 
Het Boek der Psalmen : nevens de gezangen, bij de Hervormde Kerk van Nederland in Gebruik : door last van de hoog mogende Heeren Staten Gerneraal der vereenigde Nederlanden ; uit drie berijmingen, in het Jaar 1773 gekozen, met de noodige daarin gemaakte veranderingen ; ingerigt overeenkomstig de thans meest gebruikelijke Taal en Spelling / bij de Nederlandsche Bijbel-Compagnie
Entstehung
Einzelbild herunterladen

MOHVRUHURVA

PSALM 5.

Tergt, als de snoodste wetverbreker, Den hoogsten Wreker.

7. Maar mij ontmoet uw mededoogen: Ik zal uw woning ingeleid, En, naar' t paleis der heiligheid In ware godvrees neergebogen,

Uw gunst verhoogen.

8. Leid mij in uw geregtigheden, Om mijn verspiedren wil, en rigt Uw wegen voor mijn aangezigt: Dan

zal ik veilig voorwaarts treden, Met vaste schreden.

verderven toe;

9. Al' t regt is van hunn' mond geweken, Zij leggen' t op

Hun keel is nooit verslindens moe; Hun

tong tracht vleijend, ons door treken Naar' t hart te steken. 10. Draagt Gij, o God! hen nog geduldig? Verwoest hunn' raadslag; drijf hen heen, Daar z' uwe wet zoo stout ver­treen. Zij tergen U te menigvuldig: Verklaar hen schuldig. 11. Maar geef uw' dierbren gunstelingen, Wier geest in U zijn sterkte vindt, Wier hart uw naam opregt bemint, In U volvrolijk op te springen, En blij te zingen. 12.' t Regtvaardig volk zult Gij beloonen, Terwijl Gij, HEER! hen overdekt, Hun tot een veilig schild verstrekt.

Gij zult goedgunstig hen bekroonen, Ja bij hen wonen. PSALM

9

RAAL