6
Tienduizenden niet vreezen;
The+
LE
PSALM 3, 4.
Geweldig aangerand En fel geprangd moog' wezen.
4. Sta op, verlos mij, HEER!
Getoond voor mij te waken, Mijn haters onderdrukt,
Schoon ik, van alle kant,
En mij' t gevaar ontrukt; Gij sloegt hen op de kaken;
' k Heb d' overhand verkregen!
Verbrekend onverwacht Hun tanden door uw magt:
zijt Verwinnaar in den strijd.
Gij hebt, o God! weleer
beroofd van zinnen,
een'
Gij, HEER! alleen, Gij
En geeft uw volk den zegen.
W
il mij, wanneer ik roep, verhooren, O God, die
mijne regtzaak redt! Gij hebt in angst mij hulp beschoren En mij doen gaan in ruime sporen: Betooa genâ; hoor mijn gebed! Wat moogt gij, mannen toch beginnen? Zal steeds tot schande zijn mijn eer? Zult gij dan d' ijdelheid beminnen, En, t' eenemaal
PSALM 4.
De leugen zoeken, keer op keer?
2. Herinnert u, gij roekeloozen! Dat zich de
HEER
Gunstgenoot Heeft afgezonderd en verkozen.
Hij


