AUHIRT
PSALM 3.
oe vreeslijk groeit, o God! Het zaâmgezworen rot
Dergenen, die mij drukken; Zij maken niet alleen Den
脚
PSALM 3.
opstand algemeen, Om mij mijn kroon t' ontrukken;
Maar velen doen van mij, Hoe bitter ik ook lij',
2. Maar,
Nog deze smaadtaal hooren:
meer Verlossen, als weleer; Hem is geen heil beschoren."
trouwe God! Gij zijt Het schild, dat mij
, God zal hem nu niet
bevrijdt, Mijn eer, mijn vast betrouwen. Op U
vest ik het oog: Gij heft mijn hoofd omhoog,
J
al mijn tegenheden; Hij zag
En
doet m' uw gunst aanschouwen.' k Riep God niet vruchtloos aan; Hij wil mij niet versmaân,
In
van Zion neêr, De
woonplaats van zijn eer, En hoorde mijn gebeden.
3. lk lag en sliep gerust, Van' s HEEREN trouw bewust,
Tot ik verfrischt ontwaakte: Want God was aan mijn EG
zij; Hij ondersteunde mij In' t leed, dat mij genaakte.
5
Ik zal, vol heldenmoed, Daar mij zijn hand behoedt,
Tien
AIAIRIRIRIRVAVAVAVAIRIAURORVAVAVAvvives


