148. L 1 ED.
#
7. 0! ik zie die heerlijkheden, Van dien wonder schoonen staat, Nu, nu zie ik om mijn' leden, Golft een hagelwit gewaad,' k Zie mij voor den troon als pronken, Met een' kroon uit goud geklonken;' k Voel een' vreugde, die de maat, Van' t verstand te boven gaat. 8. Hier, hier wil ik eeuwig wonen!' k Schei, mijn' vrienden wel moog' t gaan; Uw God zal aan u beloonen,' t Geen g' aan mij hier hebt gedaan.
Allen, die mij dierbaar waren, Wensch ik hart'
lijk wel te varen; Wel te sterven, goeden nacht!
God zij lof, het is volbragt.
149. LIED.
-Jasseng neid
395
TUNEEN
zondig mensch bedenk, Gij loopt naar d' eeuwig
heid. Ai! neem uw tijd in acht, Zij ieder uur bereid. Cc 5
Die


