394
148. LIED.
met een' kroon, Als van hemellicht omgeven, God
vereeren voor zijn' troon, Daar de zuiv're hemel
#==========
lingen, Op onvolgb're toonen zingen: Driewerf Hei
lig, hoog gevreesd, Is God Vader, Zoon en Geest.
5. Daar de Patriarchen wonen En Profeten,
daar de schaar, Van Apost'len op hun troonen, Glans
rijk zit te prijken, daar, Van zoo vele duizend ja
DE
ren,' s Heeren volk is heengevaren, Daar het Hal
lel' s hemelshof, Eeuwig vult met' s Hoogsten lof.
6. Heerlijk Salem! hoe verheven, Is uw luister,
met wat lust, Wordt der Godheid eer gegeven, Bin
nen u, in stille rust; O die vreugde kent geen' palen! Nu, nu schiet die zon haar stralen, Nu, nu breekt dat daglicht aan, Dat nooit weêr zal ondergaan.
J17
7.


