393
148. LIE D.
我
Eer het zich veranderd ziet; Ja, dit ligchaam moet
verteren, Zal' t vernieuwd terugge keeren,
die groote heerlijkheid, Die den vromen is bereid. 2. Daarom wil ik ook dit leven, Als het mijnen God gelieft, Straks gewillig overgeven, Zonder, dat mijn' ziel dit grieft; Want in mijnes Heilands wonden, Heb ik toch mijn heil gevonden. Ja, in Jezus bitt'ren dood, Vind ik troost in levensnood.
Tot
3. Jezus is voor mij gestorven, En zijn dood is mijn gewin; Hij heeft mij het heil verworven,' k Stap verheugd mijn doodperk in;' k Vaar toch uit dit aardsch gewemel, In den glorierijken hemel, Daar ik d' Oppermajesteit, Loven zal in eeuwigheid.
4. Daar zal zijn dat zalig leven, Daar veel duizend', Cc 4
met


