392
147. L I E D.
aan het licht; Mogt dit het kwaad betoomen!
8. O wereld! zweer uw boosheid af, Ontsluit
uw hart en ooren, Op dat de Heer niet tot uw' straf, U doe het vonnis hooren In dat ontzaglijk oordeels uur: Gaat heen vervloekten in het
of vuur, U eeuwiglijk beschoren!
9. Mijn Jezus! och bewaar Gij mij! En al uw volk te zamen, Dat nooit ons hart zoo ijdel zij, Om spottaal te beramen. Laat ons ter regterhand eens staan, En in de hemelvreugde gaan, Als Gij zult komen. Amen!
os III.
III. Van het eeuwig leven.
148. LIED.
300m
A
lle menschen moeten sterven, Alle vleesch ver
gaat tot niet; Al wat leeft moet eerst verderven,
Eer


