147. LIED.
391
5. Dan zal Gods Zoon met wond'ren glans, Ver
zeld met Eng'len Koren, Zich laten zien aan' s hemels trans: Dan klinkt die stem in d' ooren: Staat
op, gij dooden, komt voor' t licht, Dit is de dag, dat g' in' t gerigt Uw vonnis aan zult hooren. 6. Dan zal m' aan Jezus regterhand, De reine
schapen zetten, De bokken aan den andren kant, Die schenders van zijn wetten: Den schapen is de zaligheid, Den bokken' t eeuwig wee bereid;
Niets zal hun straf beletten.
7. Wee dan, ja wee dan eeuwig dien, Die schaamrood uit moet komen! Hij zal de straf dan niet ontvlien, Voor' t kwaad hier ondernomen. Al wat men heim'lijk heeft verrigt, Zal daar dan komen Cc 3
aan


