390
147. LIED.
oog verschijnen, Zal Hij als Regter van' t heel
al, Verzeld met Cherubijnen, De wereld dagen voor zijn' troon, Dan zingt zijn volk op baie blijden toon, Terwijl de boozen kwijnen.
3. De Heer zal regten iedereen, Die leeft of is gestorven; Zij zullen eerst ten voorschijn treên, Die reeds de rust verworven. Die leven op het wereldrond, Zal men zien in zeer korten stond,
Veranderd, niet verdorven.
4. Geen mensch gaat van dit oordeel vrij, Van ' s werelds eerste stonden, Moet elk, hoe groot of klein hij zij,' t Zij krank of frisch bevonden,' t Zij rijk of arm, of laag of hoog, Verschijnen voor des ano Regters oog; Niets blijft hier van ontbonden.
5.


