eene jen| st voorts É
rudfleds
Î
Kosten; det doen P en het ere; vol
t komen B worde, Er gelijke guld vor
B ded| Ber Wol| de mis j bij de
}
3
4d
' ij
E P
verloop El de wet
C 303}
vast Pifgeing bevrijd te worden. Att TESE nne, Men kan geen? afftand doen van eene prefcriptie„ van welke detijd, nog. niet„is vervuld, doch wel daarna, … ee pe ae Art. 1859, 5 Batt Afftand van eene prefcriptie is, of uitdrukkelijk, of filewij. gende: een Stilzwijgende afltänd wordt afgeleid uit het plegen van eene
daad, welke doet veronderftellen, dat men van; zijn verkregen
tegt afzicte
x
astgeftelde vereischten, iets ste verkrijgen, of van eene ver
vs
Niemand kan van verkregen preícriptie afftand doen, dan. die
bevoegd is,om te vervreemden. 5 Art. 1854. ee Wanneer men zich op verkregene prefcriptie niet beroept,
mogen-de regters. het regt, daaruit ont{taande, niet ambtshal-
ve in aanfchouw nemen. Er Art. 1855. Men kan zich in iederen ftaat van een proces, zelfs in ap- pèl, op prefcriptie beroepen, ten ware uit de omftandigheden mogt kunnen worden opgemaakt, dat de partij, welke het regt van prefcriptie niet heeft doen gelden, van hetzelve afltand
heeft gedaan.\ | Art. 1856. E ed Afftand van prefcriptie, door iemand in fraude van zijne
‘fchuldeifchers gedaan, is nietig.
Art. 1857.
de De eigendom van zaken, welke van den handel der mena
fchen zijn uitgefloten, kan door prefcriptie niet verkregen worden. En Art. 1858.
Ten aanzienvan het rijk, mitsgaders van fteden en dor
pen en publieke geftichten, heeft prefcriptie op dezelfde wijze plaats, als ten aanzien van bijzondere perfonen, en zij kunnen zich ook daarop„ even als dezelve, beroepen,
TWEEDE HOOFDSTUK.
VAN BEZIT IN BETREKKING TOT PRESCRIP TIE
Ed
Art. 1859. Om den volkomen’ eigendom van eene zaak door prefcrip- tie te verkrijgen, moet men daarvan het bezit hebben, zoe
als-hetzelve bij artikel 459 befchreven wordt; moetende on g=


