} Op geamens
dgeenpank).
regt van del.
B en toeken! D verder dj Do veel de in wier h ber zij# haden ku Û
en ook
le aanwas bermeerder
Waarde ve 8: verminde
wijk bedor.
jreenkoms | des Schul, gode, begre.
jet den hs:
eit niet kan:
Hferis, of gen of meer vats gehad, g: wordt ds gfe goeder Boren.
Dverend gl 5 val ijn zeit, welt st, ter pl
gekost, kt Î aderen WEE ERG]
E
ken, ten zij de afte daarvan voor het geregt van des fchulde- naars woonplaats verleden; of voor notaris en getuigen verle« den, en bij dat geregt geregistreerd zij: van den dag dezer res giftratie gaat het pandregt in5- met het gevolg dat alle des fchuldenaars roerende en onroerende goederen, welke hij bin« nen dit rijk liggende heeft, onder het algemeen verband be- grepen zijn.
Art. 18rr.
Verpanding van roerende goederen kan gedaan werden bij afte, voor notaris en getuigen, of ook onder de hand verle» den 5 zij heeft echter geene kracht tegen derde perfonen buiten den fchuldenaar, ten ware het verpande goed aan den fchuld« eifcher is ter hand gefteld, het zij door eigenlijk gezegde overgifte, het zij door bekorting, door overlevering van fleu- tels van een pakhuis, en dergelijke, met het blijkbaar oog- merk van verpanding gedaan.
Art. 1812,
Onroerend goed, door hypotheek in het bijzonder verbon- dén, kan door den fchuldenaar wel verkocht of op eenige an- dere wijze vervreemd, of nader aan eenen anderen fchuldeí- fcher verpand worden, maar gaat aan den derden bezitter of
pandhouder niet over, dan met den last van het daarop geves-
tigde hypotheek, en onverminderd het regt van den eerften pandhouder op dat goed. 5
. Onroerend goed, door een algemeen hypotheek verbonden, en door den fchuldenaar vervreemd zijnde, gaat met geen ver» band van hypotheek aan den derden bezitter over; ten ware deze van dat algemeen verband geweten heeft, of door eene bijzonderlijke gedane registratie bij de daartoe bevoegde auto- riteit, ter plaatfe waar ‚dat goed gelegen is, zulks heeft kun- nen weten.
Art. 1814.
Pandregt kan bij overeenkomst toegeftaan worden tot meer- dere verzekering van allerlei foorten van{chulden, zelfs die op tijd of onder eenige voorwaarde gemaakt zijn, uitgenomen alleen de zoodanige, waarop de wet verbiedt regt te doen.
Art. 1815.
Alle bijzondere bedingen kunnen bij de overeenkomst van verpanding gevoegd en moeten door de contraéterende partijen nagekomen worden; mits zij, noch met de wet, noch met de goede trouw, noch met den aard van het pandrest, ftrijdig
zijn. Art. 1816.
Pandregt, met bezit gepaard, geeft aan den pandhouder het KC) 6[| E 4| vers


