GC seek
der openbâre leenbanken niet benadeeld worden: op gearres- teerde goederen, het zij in of buiten executie, kan geen pand-—
regt ten behoeve van iemand, in nadeel van het regt van den arrestant, gevestigd worden, Art, 1804.
Verpanding van eens anders goed, buiten weten en toefteim- ming van den eigenaar, of van een gemeen goed verder daa voor des verpanders aandeel, is krachteloos voor zoo veel den verpander betreft, doch ten aanzien van derden, ten wier be- hoeve de verpanding gedaan is, dan alleen, wanneer zij ge= weten hebben, of na een behoorlijk onderzoek hadden kun: nen weten, dat het verpande eens anders goed was.
Art. 1805.
Fen bijzonder goed tot pand gefteld zijnde, zijn ook alle de vruchten, daarvan voortkomende, mitsgaders alle aanwas- fen, waardoor het goed vergroot of in waarde vermeerderd wordt, onder de verpanding begrepen./
Art. 1806.
Het goed, buiten toedoen van den verpander, in waarde ver- minderende, is dezelve niet gehouden om voor die verminder- de waarde /urplus te geven, ten zij dit uitdrukkelijk bedon- gen is.
Art. 1807. Onder eene algemeene verpanding, het zij bij overeenkomst
bedongen, het zij door de wet gegeven, zijn alle des fchul-
denaars goederen, zoo tegenwoordige als toekomende, begre- pen; met uitzondering van dezulken, welke‘hij met den last van fideïcommis bezit, of die daarin volgens de wet niet kun- nen zijn vervat. 4 0
Art. 1808.
Wanneer twee of meer boedeis door huwelijk, erfenis, of
op eenige andere wijze, vermengd worden, en een of meer van die boedels, vóór dat de vermenging heeft plaats gehad, door een algemeen hypotheek verbonden waren, wordt dat pandregt daardoor lilzwijgende uitgeftrekt tot alle de goederen, die nu tot de gezamenlijke vermengde boedels behooren.
EN Art. 1809.
Om regt van hypotheek op eenig bijzonder onroerend goed
kracht te doen hebben, is het noodig dat de aéte van hypos
thekatie verleden worde voor de plaatfelijke autoriteit, welke daarmede nader door den Koning zal worden belast, ter plaat- fe waar het goed gelegenis.| Art. 1810. Geen algemeen verband, uit krachte van overeenkomst, kan ten aanzien van des fchuldenaars onroerende goederen ee: ens
ern et peten
kn WK ra À


