Druckschrift 
Wetboek Napoleon : Jngerigt Voor Het Koningrijk Holland
Entstehung
Seite
28
Einzelbild herunterladen

Spend of SE ern Tete gf ese rd me HP u one ND is ET ENE 2 B.

CMD

bezittingen vermeerderen: verlies is integendeel al wat iemands bezittingen vermindert. Art, 182.:

Onder winst is echter, in de enkele gemeenfchap van winst en werlies, niet begrepen al het geen één der echtgenooten, {taande huwelijk, bij erfenis, legaat of fchenking verkrijgt, zonder onderfcheid, of het van nabeftaanden, of van vreem- den afkomftig zij. Te à

Jaarlijkfche, maandelijkfche, wekelijkfche of foortgelijke fegaten, als mede lijfrenten, worden voor vruchten gerekend en komen in deze gemeenfchap.

Art. 184.

Onroerende goederen, ftaande huwelijk aangekocht, en ef- fecten, ftaande huwelijk belegd of door koop verkregen, zijn gemeen tusfchen echtgenooten, die in gemeenfchap van winst en verlies getrouwd zijn.

Art. 185.

Rijzing of daling van de Waarde der goederen, aan een der eclitgenooten behoorende, wordt voor geen winst of verlies gerekend,

Act. 186.;

Verbetering van vaste goederen, door aanwas, aanfpoeling, wertimmering en dergelijken, wordt niet onder winst gerekend, maar bevoordeelt alleen den geen, aan wien de vaste goederen in eigendom toebehooren.

Art. 187.

Schade of vermindering, door brand watersnood affpoeling of anderzins veroorzaakt, behoort niet onder de gemeene ver- liezen, maar komt tot laste van den eigenaar, wiens goederen daardoor befchadigd zijn.|

Art. 188,

Alle fchulden, waarvan de oorzaak niet reeds vóór het hu- welijk beftaan heeft, maar die door beïden of een van beide de echtgenooten, ftaande huwelijk, gemaakt zijn, moeten als ver- liezen tot de gemeenfchap van winst en verlies gebragt wor- den, uitgezonderd het geen een der echtgenooten door mis- daad verbeurt.

Art. 189,

Borgtogten of vrijwillige donatiën vanéén der echtgenooten behooren, in geval van gemeenfchap van winsten verlies, niet tot de gemeene lasten of verliezen.

Art. 1994

Het gee har Op? heeht, 0 aan dep

GES

De gen lis, cenD jndt, kan schen

De gen es, end dor eene ontbonde den egte er zin,

Al wir

lnde, len, 110

AN

Degen E‚ vand

lft aan

i Gig: