mâ, as
elijk) ve 1, bhiten s zut als
kj
en ate bare) at-
egens ge- ul) be
de a| era
/ f
| chik af, vondigelals sten Vein rgenoo:en lijksvgore
et earftes de huwe
ee A
KC Ser 3)
Art. 174. eed De kleederen en lijffieraden der echtgenooten, zelfs die door den één aan den ander bij gelegenheid van het huwelijk gege= ven zijn, zijn mede gemeen; zoodanig echter, dat, bij fchei- ding van het huwelijk, elk kaneifchen, dat hem de zijnen op tauxatie worden overgelaten. Art. 175. N Erfenisfen, legaten en donatiën, flaande huwelijk, aan een der echtgenooten te beurt gevallen, zijn gemeen, zoo verre de erflater, maker of fchenker niet uitdrukkelijk anders heeft ge- boden. Art. 176. Goederen, met fideï- commis bezwaard, of in vruchtge- bruik bezeten, zijn van de gemeenfchap uitgefloten, behalve voor zoo veel het genot der vruchten betreft, Arts 177 Alle de fehulden, welke ieder der echtgenooten, bij het aan- gaan des huwelijks, heeft, of{taande huwelijk maakt, zijn gemeen. Tike Art. 178. De doodfchulden, na het overlijden vallende, worden niet uit den gemeenen boedel, maar door des overledens erfgena- mert allen gedragen,
EW Beeke Eiser U Ks VAN GEMEENSCHAP VAN WINST EN VERLIES,
: Art: 179.
Schoon de gemeenfchap van goederen, bij huwelijksvoor- waarden, uitdrukkelijk is uicgefloten, heeft echter plaats de gemeenfchap van winst en verlies„, ten ware ook deze, bij die voorwaarden, uitdrukkelijk uitgefloten mogt zijn.
Art. 180.
Elk der echtgenooten deelt in de winften, en draagt in de verliezen, ieder voor de helft, zoo daaromtrent geene andere bepaling bij huwelijksvoorwaarden gemaakt is.
Art. 18{.
Winften zijn in het gemeen alle vruchten, inkomften en voordeelen„, welke of iemands goederen, of zijn vlijt, arbeid 5 wetenfchap, kunst, koophandel, nering, handwerk ,; ambt en dergelijken, of ook het geluk hem aanbrengen, en zijne
/ be-
|


