Druckschrift 
Wetboek Napoleon : Jngerigt Voor Het Koningrijk Holland
Entstehung
Seite
21
Einzelbild herunterladen

clánte

shêid

) dor valkn gelz- hem int DS jintle

je

aad 3 De|

vtftet antie

ij

at fe t vól

)

en, ja

zelve

} daar plaat= oe bee

esta

|

vont

ngefs voegde je 4 k dogs eworern

nd oor dès

Car J deelende, iemand benoemen,-om den onwilligen te wertegena woordigen en alzoo de huwelijksplegtigheid te voltrekken, Arta-133-

Een huwelijk, in een vreemd land aangegaan tusfchen twee Hollanders, of een Hollander en een vreemdeling, zal in dit rijk voor wettig gehouden worden, wanneer hetzelve naar de huwelijksplegtigheden van dat land valtrokken is, mits zijnde voorafgegaan door de af kondigingen, bij artikel 126, 127 en 128 voorgefchreven, en mits hetzelve huwelijk tegen de wet= ten van Holland niet aanloopt.:

Alte 13de

Binnen drie maanden na de terugkomst van den Hollander in het vaderland, moet de acte van het voltrekken des. huwe= lijks geregistreerd worden ter fecretarij, of griffie der plaats, alwaar de in het vorig artikel vermelde echtgenooten als dan woonachtig zijn,

VED. HO emPr:n sak

VAN HET STUITEN DER GEBODEN OF HUWES LIJKS- AFKONDIGINGEN:

Art. 135.

Het ftaat een ieder vrij om, op grond van vroegere en niet wervallen trouwbeloften, of van eerder voltrokken huwelijk den verderen voortgang der huwelijks-af kondigingen te{tuis ten, mits van zijne vermeende trouwbeloften of van een eere der voltrokken huwelijk, door fchriftelijk befcheid, dadelijk kunnende doen blijken,

Art. 136.

Ouders, het zij vader En moeder, of de langstlevende van beiden, kunnen mede den voortgang van die af kondigingen ftuiten in zoodanige gevallen, waarin hunne toeftemming, in= gevolge artikel zog, 1Io, 1123 113 EN 114) Wordt vereischt,

Art: 137.

Voorts kunnen voogden over ouderlooze, minderjarige kindes ren den voortgang der af kondigingen ftuiten, onder de bepax lingen bij-artikel 116 en 117 vastgefteld.

Art. 138.

De naaste bloedverwanten van-ouderlooze, meerderjarige pere fonen hebben daartoe mede regt, bij zinneloosheid van één der aanftaande echtgenooten, wanneer over denzelven geen curator zoude mogen gefteld zijn,

B 3Art, 139e