Van het huwelijks
Art. 148, Ii De-zoon, die den wollen ouderdom van vijf en twintig faren, en de dochter, die den vollen ouderdom van een en
Ei twintig jaren niet bereikt heeft, kunnen zonder de toeftemming
le van hunnen vader en moeder geen huwelijk aangaan; in ge-
fe val van verfchil is de toeftemming van den vader voldoende, 1, Art. 149.
Zoo één van beiden de ouders overleden is, of in de one mogelijkheid is, om zijnen wil te verklaren; is de toeftem- te ming van den ander voldoende, HD Art. 1508 4 ë Zoo de vader en moeder overleden zijn, of zich-in de onmogelijkheid bevinden, om hunnen wil te verklaren, vere vullen de grootvader en grootmoeder derzelver plaats: zoo er verfchil is tusfchen den grootvader en de grootmoeder van dezelfde lijn, is de toeflemming van den grootvader vol doende. Indien de twee lijnen van elkander in begrip verichillen, zal zulks voor eene toeftemming gehouden worden. Art. IST. De kinderen, die nog tot het huisgezin behooren, doch de meerderjarigheid bij Art. 148 bepaald, bereikt hebben,
zijn verpligt, alvorens een huwelijk aan te gaan, om bij eere ú formeele acte van eerbied, te verzoeken den raad van hun- nen vader en moeder, of van hunnen. grootvader en groote Ë
-
moeder, wanneer hun vader en moeder overleden zijn, of zich in de onmogelijkheid bevinden, om hunnen wil te vere
«
klaren. b [Art. 152. 153. 154. 155. 156 en 157. Vastgefteld den| 1aden van Lentemaand 1804. Afgekondigd den aoften van dezelfde maand.) ne Art. 152. kt Na de meerderjarigheid bij Art. 148 bepaald, tot den vol-
len ouderdom van dertig jaren woor de zoons ‚ en van vijf en twintig jaren voor de dochters, zal de acte van eerbied, E: bij het vorige Artikel gevorderd, en waar op de toeftemming tot het huwelijk niet gevolsd is, nog tweemalen, van maand 6 tot maand, vernieuwd worden; en eene maand na de derde d acte, zal men zonder dezelve met de voltrekking van. het 4 hvwelijk kunnen voortgaan.| de Art. 15%.| Na den ouderdom van dertig jaren, zal men bij ontbreken/ van de toeftemming op eene acte van eerbied, eene maand ii daar na met de voltrekking van het huwelijk kunnen voortgaan.| Art. 1548


