ee een eee
30 L Boek, IW. Titel, IV. Hoofdfink.
Art. 142, Zes maanden na het vertrek van den vader, wanneer de moeder, ten tijde van dat vertrek, reeds geftorven was, of
vóór dat de vader afwezend werklaard werd, kwam te fter=-
ven, zal het toezigt over-de kinderen, met overleg van de nabeftaanden, opgedragen worden aan de naaste bloedver= wanten van de opgaande linie, en bij gebreke van dezelven;, aan eenen provifionelen voogd, Art. 143.
Het zelfde zal ook plaats hebben, wanneer één der echt- genooten, die afwezend is, kinderen: nalaat, uit een vorig huwelijk gefproten.
o
AUT DRT RR VAN HET HUWELIJK,
[Wastgefteld den 1yden van Lentemaand 1803. Afgekondigd den ozften van dezelfde maand.)
EERSTE HOOFDSTUK,
Van de hoedanigheden en-voorwaarden, die vereischs worden om een huwelijk te kunnen aangaan.
Art. 144.
Een man, den vollen ouderdom van achttien, en eene vrouw, den vollen ouderdom van vijftien jaren niet bereikt hebbende, mogen geen huwelijk aangaan.
EADE AS,
Niettemin is het den Keizer geoorloofd om, wegens drin= gende redenen, dispenfatie van dien ouderdom te verleenen. Alf. 140:
Er beftaat geen huwelijk zonder toeftemming.
Art. 147
Men kan geen tweede huwelijk aangaan, voor de ontbin-
ding van het eerfte,
Art. 148,


