Teil eines Werkes 
Article 1582-2281
Entstehung
Seite
131
Einzelbild herunterladen

k é WETBOEK NAPOLEON.: rt hab à à en ben verhaal op hunne voogden of mannen, 942% dti de Tegen wien de minderjarigen, en die onder curateele x ftaan, hun verhaal hebben, om het nalaten van de in- fchrijving der acte, waar in befchikkingen onder de levenden, of bij testament, begrepen zijn, 1070. elite we Verhaal van, den mede-fchuidenaar van eene folidaire die fchuld, die dezelvegehéel voldaan hecft, 1214. en tm: Gevolgen van het verläal, met betrekking tot de deel- es bare of ondeelbare verbindtenisfen, 1221 en 1225. Verhaal, uit hoofde van eene betaling, gedaan in weer-

wil van een arrest of oppofitie, 1242. Verhaal van den genen, die voor een ander betaald heeft, 1277... van den man uit hoofde van de vrijwaring voor den verkoop, door zäne vrouw gedaai, 1432 3 der echtgenooten, of van één derzelven, voor de vol- - doening der. fchulden van de gemeenfchap, 1454 en volg.;È van de vrouw, dié van de gemeenfchap afftand

tirée ému:

de dat doet, tegen haren man, 1494 ex vols. van den

ir echtgenoot, wien de verkoop, door de fchuldeifchers 107

gedaan, verftoken heeft van het regt om ïets uit de &, Coune da) geméenfchap vooruit te genieten, 1519; van den borg tegen den fehuldenaar, wiens fchuld hij betaalé heeft, 2028.

VeruooGiNc. Verplistingen van den eigenaar, die eenen gemeenen fcheidsmuur Wwil laten verhoogen, 658 ex volg.

VerfariNG. De veroordeelde wordt in Zzijne burgerlijke: regten niet herfteld door de verjaring der ftrafle, 92. Regels, omtrent de verjaring, met betrekking tot de dienstbaarheden, 708 en volg. Eigendom wordt verkregen door verjaring, 712. Verjarihg van het rest van aanvaarding of verwWerping eener erfenis ,- 789. Op welken tijd de verjaring begint van onrocrende goe- deren, waar van de gifte herroëpen is door geboorte van een kind, 965. De ïnterruptie der verjaring, ten aanZien van één der folidaire fchuldeifchers, ftrekt tot voordeél der overige, 1199 en 1206. De vefr- jaring van onroerend huwelijks- goed heeft, ftaande het huwelijk, geene plaats, 1561. Verjaring van prefe- rentiën en hipotheken, 2180, Men kanafltand doen- van de verjaring, welke men verkregen heeft,

sa 2220. De verjaring Kan in allen ftaat der zake wor-

pe den tegengeworpen, 2294, Men kan door verja- ring niet vérkriÿgen den eigendom van Zaken, die nier in den handel der menfchen zijn, 2226. De verjar ring befchouwd met betrekking tot den Staat, de ge- meenten, en openbare etablisfementen, 2927. Zij, die voor een auder bezitten, kunnen nimmer iets doer ver- | 12 je

Ten ( ()

"Le