à Et PAL
LIL, Bock, Vi Titss LsHoofèfi. Van de gemeesfhan 716. Att. 1532+
Indien onder het roerend goed, door de vrouw ter fuwelÿk aangebragt, of flaande huwelijk op haar ver- vallen, goederen gevonden worden; wWaar van men gecn gebruik kan maken, zonder dat zij door het gebruik Vergaan,; Imoet daar Van bij het huwelÿks-eontract een begrootende ftaat gevoegd worden, of men moet bi het vervallen van die goederen op de vrouw, daar van‘ eenen inventaris maken, en de man moet de waarde vol gens de begrooting té rug geven. N
Aït. 1533°
De man is voor alle lasten van het vruchtgebruik aanfprakelik.|: ; Aït. 1334
‘Het beding, waar van in deze Paragraaf gehandeld wordt, maakt geene belemmering, ten aanzien der over- eenkomst, dat de vrouw jaarlijks, Op hare eigene qui- rintièn, een zeker gedeelte harer inkomften tot haar on-
derhoud en hare perfoonlijke behoeften genieten zal. Art. 1535.:
De onroerende goederen, welke in het geval, in deze Paragraaf behandeld, tot huweljksgoed gegeven zijn» zijn niet onvervreemdbaar.
Echter kunnen ziÿ niet vervreemd worden, zonder roeftemming van den man, en, bij zijne weigering, ZQU- der autorifatie van den regter.
6. IL
Van het beding, dat de bocdels van elkander zullen zijn afgefcheiden.
Art. 1536.
WWanneer de echtgenooten bij hun huwelijks-contract bedongen hebben, dat hunne boedels van elkander zou- #9 Ccc4 den
DT 24 6 "6
Fe
me
14
6| mn
em


