Druckschrift 
Het Boek der Psalmen : nevens de gezangen, bij de Hervormde Kerk van Nederland in Gebruik : door last van de hoog mogende Heeren Staten Gerneraal der vereenigde Nederlanden ; uit drie berijmingen, in het Jaar 1773 gekozen, met de noodige daarin gemaakte veranderingen ; ingerigt overeenkomstig de thans meest gebruikelijke Taal en Spelling / bij de Nederlandsche Bijbel-Compagnie
Entstehung
Einzelbild herunterladen

VALAVAVAVA

AA! A!

/\/\/

VINAVINAAH

30

FORMULIER VAN HET H. AVONDMAAL.

midden in den dood liggen.| re smaadheden geleden heeft, Daarom, al is het, dat wij nog vele gebreken en ellendigheid in ons bevinden, als namelijk, dat wij geen volkomen geloof ieb­ben, dat wij ons ook met zulken ijver om God te dienen niet be­geven, als wij schuldig zijn; maar dagelijks met de zwakheid van ons geloof, en de booze lus­ten van ons vleesch te strijden hebben nogtans des niettegen­staande, overmits ons( door de genade des Heiligen Geestes) zulke gebreken leed zijn, en wij van harte begeeren tegen ons on­geloof te strijden, en naar alle geboden van God te leven; zoo zullen wij gewis en zeker zijn, dat geene zonde noch zwakheid, die nog( tegen onzen wil) in ons overgebleven is, ons kan hinde­ren, dat God ons niet in gena­de zou aannemen, en alzoo deze hemelsche spijze en drank waar­dig en deelachtig zou maken. Ten andere, laat ons nu ook| overdenken, waartoe ons de Heer zijn Avondmaal heeft ingezet, namelijk, dat wij zulks doen zouden tot zijne ge­dachtenis: Maar aldus zullen wij aan hem daar bij gedenken: Eerstelijk, dat wij ganschelijk in onze harten vertrouwen, dat onze Heer Jezus Christus,( naar de beloften, die aan de voor­vaderen in het Oude Testament van het begin af geschied zijn) van den Vader in deze wereld gezonden is, ons vleesch en bloed aangenomen, den toorn van God ( onder welken wij eeuwig had­den moeten verzinken), van het begin zijner menschwording tot het einde zijns levens, op de aarde voor ons gedragen en alle gehoorzaamheid der Godde­lijke wet, en geregtigheid voor ons vervuld heeft, voorname­lijk, toen hem de last van onze zonden, en van den toorn van God het bloedige zweet in den hof uitgedrukt heeft; waar hij gebonden werd, opdat hij ons zou ontbinden; daarna ontelba­

opdat wij nimmer te schande zouden worden; onschuldig ter dood veroordeeld is, opdat wij voor het gerigt van God zouden vrijgesproken worden: ja zijn gezegend ligchaam aan het kruis heeft laten nagelen, opdat hij het handschrift onzer zonden daaraan zou hechten; en heeft alzoo de vervloeking van ons op zich geladen, opdat hij ons met zijne zegeningen vervullen zou; en heeft zich vernederd tot in de allerdiepste versmaadheid en angst der hel, met ligchaam en ziel, aan het hout des kruises, toen hij riep met luide stem: mijn God, mijn God! waar om hebt Gij mij verlaten? opdat wij tot God zouden geno­men, en nimmer van Hem ver­laten worden; en heeft einde­lijk, met zijnen dood en zijne bloedstorting, het Nieuwe en eeuwige Testament, het Ver­bond der genade en der verzoe­ning besloten, als hij zeide het is volbragt!

nam

En opdat wij vast zouden ge­looven, dat wij tot dit Genade­verbond behooren, nam de Heer Jezus in zijn laatste Avondmaal het brood, dankte, brak het en gaf het aan zijne jongeren, en sprak: neemt, eet, dat is mijn ligchaam, hetwelk voor u gegeven wordt: doet dat tot mijne gedachtenis! Desge­lijks na het Avondmaal, hij den drinkbeker, zeide dank, en sprak: drinkt allen daar­uit: deze beker is het Nieuwe Testament in mijn bloed, hetwelk voor u en voor velen vergoten wordt, tot verge­ving der zonden; doet dat, zoo dikwijls als gij daarvan drinkt, tot mijne gedachte nis! dat is: zoo dikwijls güj van dit brood eet, en uit de­zen beker drinkt, zult gij daar­door, als door eene gewisse gedachtenis en pand, vermaand en verzekerd worden van deze mijne hartelijke liefde en trouw je­