Druckschrift 
Het Boek der Psalmen : nevens de gezangen, bij de Hervormde Kerk van Nederland in Gebruik : door last van de hoog mogende Heeren Staten Gerneraal der vereenigde Nederlanden ; uit drie berijmingen, in het Jaar 1773 gekozen, met de noodige daarin gemaakte veranderingen ; ingerigt overeenkomstig de thans meest gebruikelijke Taal en Spelling / bij de Nederlandsche Bijbel-Compagnie
Entstehung
Einzelbild herunterladen

XAVINIVAS

NANANIVINVIHRVAVHUHUHU

14

CATECHISMUS. ZONDAG 34, 35, 36.

Het negende Gehod. Gij zult geen valsche getui­genis spreken tegen naaste.

uwe

eene andere wijze vereeren, dan Hij in zijn woord bevolen heeft. 97. Fr. Mag men dan gansche­lijk geene beelden maken?

te schuldig zijn.

94. Vr. Wat gebiedt God in het eerste Gebod?

Antw. God kan noch mag op eenigerlei wijze afgebeeld wor den; maar al is het dat de schepselen, kunnen afgebeeld worden, zoo verbiedt toch God hunne beeldtenis te maken en te hebben, om die te vereeren, of Gode daardoor te dienen. 98. Vr. Maar zou men de beelden in de Kerken als boe­ken der leeken niet mogen lijden?

Het tiende Gebod. Gij zult niet begeeren uws naasten huis: gij zult niet begeeren uws naasten vrouw, noch zijnen dienst knecht, noch zijne dienstmaagd, noch zijnen os, noch zijnen ezel, noch iets, dat van uwen naaste is.

93. Vr. Hoe worden deze tien geboden verdeeld?

Antw. In twee tafelen: waar­Antw. Neen; want wij moeten van de eerste leert, hoe wij ons jegens God zullen houden, de niet wijzer zijn dan God, die andere, wat wij aan onzen naas- zijne Christenen, niet door

stomme beelden, maar door de levende verkondiging zijns woords, wil onderwezen heb­ben.

Antw. Dat ik, zoo lief als mij mijner ziele zaligheid is, alle afgoderij, tooverij, waarzeg­ging, superstitie of bijgeloof, aanroepen van heiligen of van andere schepselen, mijde en vliede; en den eenigen waren God regt leere kennen, Hem alleen vertrouwe, in alle oot- eed, maar ook met onnoodig moedigheid en lijdzaamheid mii zweren, den naam van God

De 36 Zondag.

99. Vr. Wat wil het derde gebod?

tweede gebod?

Antw. Dat wij God op gee­

Antw. Dat wij niet alleen met vloeken of met eenen valschen

niet lasteren noch misbruiken, noch ons, met ons stilzwijgen en toezien, aan zulke schrik­kelijke zonden deelachtig wi ken en in een woord, dat we den heiligen naam van God ne anders dan met vreeze en van bied gebruiken, opdat pen

aan Hem alleen onderwerpe, van Hem alleen alles goeds ver­

wachte, Hem van ganscher har­te liefhebbe, vreeze en eere: alzoo dat ik' eer van alle schep­selen afga en die varen laat, dan dat ik in het allerminste tegen zijnen wil doe.

95. Vr. Wat is afgoderij? Antw. Afgoderij is, in de plaats van den eenigen waren God, die zich in zijn woord

ons regt bekend, aangeroepen en in al onze woorden en wer­ken geprezen worde. 100.

r. Is het dan zoo groote

geopenbaard heeft, of bene- zonde Gods naam met zweren Ivens denzelven iets anders te zich ook over hen vertoornt, en vloeken te lasteren, dat God

versieren of te hebben, waar­

op de mensch zijn vertrou- die, zoo veel als hun mogelijk

wen zet.

De 35 Zondag.

is, het vloeken en zweren niet helpen weren en verbieden? Antw. Ja gewisselijk: want er is geen grooter zonde, noch 96. Vr. Wat eischt God in het die God meer vertoornt, dan

nerlei wijze afbeelden, noch op/ dood te straffen bevolen heeft.

de lastering zijns naams, waar om hij ook dezelve met den

De