VAVA
CATECHISMUS. ZONDAG 32, 33, 34.
Antw. In geenerlei wijze:| beeld, noch eenige getjkenis want de Heilige Schrift zegt: maken,[ van hetgeen] boven dat geen onkuische, afgodendienaar, echtbreker, dief, gierigaard, dronk aard, lasteraar, noch roover, noch dergelijke, het rijk van God beërven zal.
in den hemel is, noch[ van hetgeen] onder op de aarde is, noch[ van hetgeen] in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hun dienen: want Ik, de HEER, uw God, ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde[ lid] dergenen, die Mij haten; en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en mijne geboden onderhouden.
De 33. Zondag.
88. Vr. In hoe veel stukken bestaat de waarachtige bekeering des menschen?
Antw. In twee stukken: in de afsterving van den ouden, en in de opstanding van den
nieuwen mensch.
89. Vr. Wat is de afsterving van den ouden mensch?
Antw. Het is een hartelijk leedwezen, dat wij God door onze zonden vertoornd hebben, en dezelve hoe langer hoe meer haten en vlieden.
90. Vr. Wat is de opstanding van den nieuwen mensch?
Antw. Het is eene hartelijke vreugd in God door Christus, en een lust en liefde om naar den wil van God in alle goede werken te leven.
91. Vr. Maar wat zijn goede
werken?
2
Antw. Alleen die uit een waar geloof, naar de wet van God, Hem ter eere geschieden, en niet, die op ons goeddunken of menschen inzettingen gegrond zijn.
VAN DE WET.
De 34. Zondag. 92. Vr. Hoe luidt de wet des
Heeren?
Antw. God sprak alle deze
woorden:
Exod. XX: 2-17. Deut. V: 6-21.
Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypteland, uit het dienst huis uitgeleid heb.
Het eerste Gebod. Gij zult geen andere Goden voor mijn aangezigt hebben. Het tweede Gebed. Gij zult u geen gesneden
13
Het derde Gebod. Gij zult den naam des HEEREN, uws Gods, niet ijdelijk gebruiken; want de HEER zal niet onschuldig houden, die zijnen naam ijdelijk ge
bruikt.
Het vierde Gebod. Gedenkt aan den Sabbatdag dat gij dien heiligt: zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de Sabbat des HEEREN, uws Gods,[ dan] zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch nwe dochter. [ noch] uw dienstknecht, noch uwe dienst.ruagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uwe poorten is; want in zes dagen heeft de HEER den hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles, wat daarin is, en Hij rustte te zevenden dage; daarom zegende de HEER den Sabbatdag, en heiligde denzelven.
Het vijfde Gebod.
Eert uwen vader en uwe moeder, opdat uwe dagen verlengd worden in het land, dat u de HEER, uwe God, geeft.
Het zesde Gebod. Gij zult niet doodslaan. Het zevende Gebod. Gij zult niet echtbreken. Het achtste Gebod. Gij zult niet stelen.
Het


