MOAVAVHURAHUA
psalmgezangen, O Allerhoogste! lof ontvangen.
3. Omdat mijn vijand, hoe geducht,
PSALM 9.
is en gevlugt; Hij is, schoon
getogen,
4. Want,
Vergaan,
gevallen voor
naar uw allerheiligst
mijn twistgeding beslecht;
Terug gekeerd
stout te veld
60
ten voor altoos volbragt?
uw oogen.
regt, A
En, op uw' hoogen
Hebt Gij
troon gezeten, Deedt Gij, o Regter!' t vonnis weten.
5. Gij scholdt de heidnen keer op keer, En wierpt de goddeloozen neêr; Hunn' naam, hunn' roem
hebt Gij vertreden, En uitgedelgd in eeuwigheden. 1. PAUZE.
1064
6. O vijand! hebt gij door uw magt' t Verwoes
Hebt gij de steden
gansch bedorven? Is haar gedachtenis verstorven?
7. Neen, dwaas! uw hoop zal ras vergaan, ' S HEEREN troon zal eeuwig staan; Dien wilde Hij
onwrikbaar stichten, Om naar het heilig regt te rigten.
Maar
17
8. Hij zelf zal aan het wereldrond Het regt doen
2
hoo
HAL
Vives


