3. Sla
breekt uw hand des vijands boos geweld, Daar
*
Gij zijn' haat en
En
AVAUHURVA
Dat heerlijk werk van uwe vingren, d' oogen;
Zie ik bedaard den glans der zilvren maan,
PSALM 8.
ik naar' t ruim der heldre hemelbogen,
den
4. Mijn God! wat is de mensch dan op deez' aarde!
Maar
' t starrenheir, door U geschapen, aan:
De broze mensch! hoe klimt hij tot die waarde,
by
Dat Gij aan hem in zooveel gunst gedenkt,
5. Gij deedt hem
wraakzucht palen stelt.
En
' s menschen zoon uw teerste liefde schenkt!
PAUZE.
toond,
wel,
een weinig tijds, benebe
Het englenheir een' rang en plaats bekleeden;
be
hebt hem ook uw rijkste gunst be
en aard' en zee
4
En hem met eer en heerlijkheid gekroond,
6. Gij geeft hem, wijd en zijd in alle landen, De
0
heerschappij der werken uwer handen, Ja zet
voor' s menschen zoon,
uw gezag, ter voetbank van zijn
Door
troon.
7. Waar
15
AAVAL
DAVAURIORVAIRIAVAVAVAJIRIA
VAVAVAVIVAVIVOS


