VOORBERIGT
AAN DE
NEDERDUITSCHE HERVORMDE GEMEENTEN
VAN HET
GRAAFSCHAP BENTHEIM.
16000
Deze
eze geestelijke gezangen, welke sedert eenen geruimen tijd in de Hoogduitsche gemeenten van dit Graafschap bij de openbare Godsdienst met groote stichting gebruikt worden, herinnerden de Nederduitsche gemeen. ten gedurig aan hun gemis in dezen, en maakten, toen men vernam, dat de Heer A. VELINGIUS dezelve in het Nederduitsch vertaald had, de begeerte van velen gaande, om deze keurige Liederen ook bij de Nederduitsche Gemeenten van dit Graafschap ingevoerd te zien. Alhoewel nu reeds voor verscheidene jaren, tot de invoering derzelve, zoowel van den Hooglofl. Over- Kerkenraad, als van de Eerwaarde Classis van dit Graafschap, vrijheid gegeven was; zoo is echter de dadelijke invoering door verscheidene hinderpalen belet geworden; tot dat eindelijk, door dezelve te laten drukken met volle nooten, in zulk een formaat als gepast voor een kerkenboekje is, nadat ze op nieuw overgezien, en zoowel in nooten als woorden, hier en daar gezuiverd en verbeterd zijn, de voornaamste hinderpaal uit den weg geruimd is.
Vraagt men, waarom juist deze, en niet andere gezangen, die er thans niet ontbreken, gekozen zijn? Tot antwoord dient. Vooreerst, dat het noodig was, dat de Nederduitsche gemeenten daarin met de Hoogduitsche A 3
over


