W.
1 e
237
hebben leeren kennen, dat ik wenschte daarmede te bouwen, dien ten gevolge op den vierdienden dezer maand, op myn veld te Hees de erste proefneming werkelyk geschied is, en dat dezelve boven verwach- ting goed is uitgevallen, want na dat de daarby tegen- wordig zynde Heer von Bodälien aan myn zoon het vereischte onderwys tot besturing van het werk- tuig kortelyk had gegeven, zoo heeft myn zoon terstond daarmede kunnen bouwen.“
En ik moet verder verklaren:
„dat in het byzyn van verscheide byeen gekomen boeren— waarvan byzonder Jasper Scheers en Jan Janssen benevens de Molenauar Klarenbeck van St. Anthonis Molen hunne tevredenheid over het bouwen met den Haak betuigt hebben— met dit werktuig met twee paarden bespannen, in een oneffen zwaren kleigrond in tyd van een half uur omtrent twintig vierkante roede zeer diep zyn om- debouwd, terwyl een daarnaast op hetzelfde stuk land werkende gewone, ok met twee paarden be- spannen ploeg, slechts de helft land, en minder diep had omgeploegd; en dat men duidelyk konde waarnemen, dat de paarden den Haak ligter en ge- makkelyker vorttrokken dan den Ploeg, zoo dat ik van voornemen ben mynen akker verder met dit voordecelige werktuig te bouwen, nadien ik niet twyfel dat een op overmorgen te nemen proef nog beter zal uitvallen; gelyk ook de Landbouwers van dezen omtrek meerdere door den Heer von Boddien beloofde openlyke groote proefnemingen, na den oogst, ver- wachtende zyn, om zich door hunne eigen oogen van de gemakkelyke en voordeelige werking van den Haak to evertuigen.“


