eee Ce en manis aa ans 5
LR SD nk Te Ke Hie VAN AFREKENING WEGENS WINST ÊN VERLIES: van |__De gemeenfchap van, winst en verlies door den ‚dood geëin= digd zijnde, neemt de langstlevende echtgenoot zijne eigene|| goederen nadr zich, er rekent met de erfgenamen van de Ou eerstgeftorwenen af.[ ke genen j|| verk ZENNE STUK A) E Ee EE pre} 7 VAN VOORTDURING DER GEMEENSCHAP VAN GOEDE- ff derd€ zi RÈN NA DEN DOOD. pede Schoon‘het huwelijk door den dood geëindigd is, blijft| echter de gemeenfchap van goederen vooftduren in deze twee À gevallen:« ge e Voor eerst, tusfchen de minderjarige kinderen en erfgena= men van den eerstftervenden- echtgenoot en den langstlevenden, die„ tot voogd of voogdesfe van die kinderen zijnde aangefteld in den gemeenen boedel, als boedelhouder of boedelhouderesfe; ï blijft zitten; zonder een inventaris van dezelve gemaakt te 8 hebben. 7 gn, U „Deze gemeenfchap blijft voortduren, tot def tijd toe, dat se die inventaris gemaakt zal/zijn, en heeft ten gevolge, dat alle vermeerderingen, die den boedel na den doodaankomen,voor| ta Ì de helft zijn ten voordeele van die kinderen, doch dat alle ver- wd ' minderingen alleen tot laste van den langstlevenden komen. HEN Ten tweeden, tusfchen den langstlevenden echtgenoot en de. ds erfgenamen van den veerstftervenden, die door denzelven, na mied doode van den langstlevenden, tot. erfgenamen gefteld zijn in A de helft van"dl het geen de langstleveride onverteerd en onver- rd, vreemd zal nalaten._ Het gevolg. dezer voortdurende gemeenfchap is„dat alle’ ver= dh meerderingen en verminderingen, die, nadoode van den eerst- a, ftervenden den boedel aankomen, mede door die erfgenamen pn genoten en gedragen wordert, j- Ak KClezo ene


