een per.
| oeft zen
en/ man
jk met en, bij iftéren, ere) ver- De ) lang nej. en hadr ex
|
| geene
st et ‚uitge uiskotte
vrouw, en, op- teloos’ ijk} of aange
remming van
C 25)
van harem man, Openbare koopmanfchap, nering of ander be- drijf doende, zijn hare handelingen, buiten den man verrigt,. in zaken daartoe betrekkelijk, beftaanbaar, en wanneer zij in gemeenfchap van goederen getrouwd zijn, niet alleen voor haar, maar ook voor den man verbindende, Art. 161.
Eene vrouw wordt niet gerekend zoodanige openbare koop=
manfchap, nering of ander bedrijf te doen, wanneer zij flechts
in den handel van haren man, door het. verkoopen of uitflaan»
inhetklein, werkzaam is, maar dan, alszij eene afzonderlijke koopmanfchap, nering of bedrijf doet, d Art. 162.
De vrouw mag echter tot het doen van zoodanige koopmans fchap, nering of bedrijf, buiten toeftemming van haren man, geene gelden te leen opnemen.
Art. 163.
Het ftaat den man ten allen tijde vrij, om zijne toeftemming tot het doen van zoodanige koopmanfchap, nering of bedrijf wederom intetrekken, van welke intrekking hij gehouden is, openbare bekendmaking te doen, 5
Art, 164.
De vrouw kan, buiten haren man, geene betalingen ontvan- gen, noch fchuldenaren ontflaan, ten ware zij, met uitdruk- kelijke of ftilzwijgende toeftemming van den man, gewoon is gelden te ontvangen, en daarvoor quitantie te geven.
Art. 165.
Hijechter, die met de vrouw, buitenadfiftentie van den man,
gecontracteerd heeft, blijft van zijne zijde aanfprakelijk. Art. 166.
De handelingen van de vrouw, door den man uitdrukkelijk of ftilzwijgende zijnde goedgekeurd, zijn voor beide partijen verbindende,© 5 à
Art. 167.
Indien de vrouw, uit hoofde eener handeling, buiten haren man aangegaan„eenige overgifte van goederen of betaling van geld gedaan heeft, kan het overgegevene of betaalde door den man worden teruggeëischt.|
De vrouw zelve zal echter dat vermogen niet hebben, wans neer de man intusfchen overleden is.
Art. 169. Indien de vrouw uit gelijken hoofde eenige goederen of gel. den ontvangen heeft, die in der gemeenen boedel geko. men Zijn, en waardoor dus die boedel is gebaat, zal deswe-
B 5 gens


