Art. 146.
deren— Temand, trouwende met een man of vrouw, tfflnderjarige ‚dijn__ woorkinderen hebbende, is gedurende het huwelijk verpligt gen tot het mede opvoeden van-die. voorkinderen, en het mede- blofd dragen der daarop vallende kosten, voor zoo verre dezelve uit std) der kinderen eigene goederen niet kunnen gevonden worden.
Rw BEDEA RARE LEE NEC
RE
|| VAN DE VOOGDIJ VAN DEN MAN
De man wordt door het huwelijk voogd over zijne huis- vrouw. ì Art. 148. ae Uit kracht van deze voogdij heeft de man het regt, om in naam van zijne vrouw voor den regter te verfchijnen; hij ís zelfs verpligt haar aldaar te verdedigen, en bevoegd ‚om zulks | buiten haar weten, en zelfs tegen haren wil te doen.
||| Kit | |
Art. 149. Ed Als voogd heeft hij het beftuur over de goederen van zijne vrouw.
oud nn, fn hunde
zij buiten dezelve, getrouwd zijnde, heeft de man, vit krachte van deze voogdij, de magt, om alle de roerende en onroeren= de goederen, zoo des gemeenen boedels, als des bijzonderen boedels van de vrouw, te vervreemden of te verpanden; met / dien verftande nogtans, dat, indien en voor zoo verre de echi= genooten buiten gemeenfchap van goederen getrouwd zijn, de Nl en man, in geval van vervreemding of verpanding der goederen van 4 de vrouw„ tot vergoeding of redintegratie gehouden is, | Art. 151. en ade Deze magt van den man heeft geen plaats, wanneer de vrouw„ blijf bij huwelijksvoorwaarden, het beftuur van hare goederen aan AL zich heeft voorbehouden.| alles 18
Art. 150. |_ Man en vrouw, het zij in gemeenfchap van goederen, het is nit
Art. 1359, De vrouw kan, buiten goedkeuring van haren man, geene erfenisfen, legaten of donatiën aannemen of verwerpen, ten omften ware zij, bij onbillijke weigering van den man, daartoe dook de ij den regter, bevoegd verklaard wordt,'
ie ope ‚Ra
tub B 4 Art. 153


