Druckschrift 
Wetboek Napoleon : Vertaald Naar de Officiëln Utigave
Entstehung
Seite
659
Einzelbild herunterladen

) Verl dans Tr wil Vers pres

geen

, Zie

ind, - De

re

water

) Da

senen laren LED 8 en

eend

en Se RTT ESET UEijt

WETBOEK NAPOLEON. 659

WEDER-BELEGGING. De echtgenoot, die eigenaar was van een onroerend goed, waar van de prijs of waarde in de gemeen- {chap is ingekomen, zonder dat dit geld wederom belegd is, kan het zelve eerst uit de gemeenfchap nemen, 1433 Andere regels, betreffende de weder-beleggiug, 14341436.

Interesfen, welke de weder-beleggingen en verzoc- dingen, door of aan de gemeenfchap verfchuldigd, te weeg: brengen, 1473. Zie Belegging, Vergoeding.

WEDER INKOOP. Waar in dit vermogen beftaat, en voor welken tijd het zelve kan bedongen worden, 1659 en vols. Tijdverloop, vóór het welk die geen, die eenig goed onder beding van weder-inkoop gekocht heeft, den huurder het gehuurde niet mag doen ontruimen, 1751, Zie Rente.

WEDERKEERIG. In welk geval een contract wederkeerig is, 1102, Eene verbindende voorwaarde wordt in contracten, die wederzijdsch. verbinden, altijd veronderfteld plaats te grijpen, 1184. Noodige voorwaarde tot de beftaan- baarheid van onderhandfche acten, welke wederkeerige ver= bindtenisfen ín zich bevatten, 1325.

WEDER-OPLEVERING, De fequesters en bewaarders zijn op traffe van perfoneel arrest weder verpligt, om de ter bewaring gegevene zaken weder op te leveren, 2060.

WEDER-VERHURING. De huurder heeft het regt, om het gehuur= de weder te verhuren, indien dit vermogen hem niet bij contract ontnomen is, 1717._ In hoe verre de tweede huurders, ten aanzien van hunnen eigenaar gehouden zijn, 1753. Hunne betalingen worden niet geacht bij voor- betalingen gedaan te zijn, ald,

WEDER-VERKOOPING. In welk geval de verkooper het zelve niet beletten kan, 2102, Weder-verkooping bij opveilings 2187. Zie Veiling.

WeDLOOPEN. Zie Spel,

Wepuwe. Zij kan op nieuw geen huwelijk aangaan, dan na verloop van tien maanden, 228. Zie Zf/fand,. Weeen. Welke geacht worden behooren tot de publieke domeinen, 538, De eigenaar van den grond, ten voor- deele van wien de aanfpoeling komt, moet een jaag-pad vrijlaten, 556. Het maken en herftellen der wegen zijn eene van die fervituten, welke door de wet zijn vast- gefteld tot het algemeen voordeel, of het voordeel der ge-

meente, 650. Zie Rijwegen, Kra Wees

ET TTET

NMa

alesndN