Druckschrift 
Wetboek Napoleon : Vertaald Naar de Officiëln Utigave
Entstehung
Seite
10
Einzelbild herunterladen

10 Ï. Boek, II. Titel, J. Hoofdfluk.

bewezen kunnen worden, zoo wel door de registers en pa- pieren, van overleden vaders en moeders herkomftig, als door getuigen.

Art. 47.

Elke acte van den burgerlijken ftand, zoo van Franfchen, als van vreemdelingen, in een vreemd land gemaakt, zal tot bewijs ftrekken, zoo dezelve naar den vorm, in dat land daar toe gebruikelijk, ingerigt is.

Art. 48.

Elke acte van den Franfchen burgerlijken fland zal in een vreemd land van waarde zijn, zoo dezelve, ingevolge de Franfche wetten, door de diplomatieke Agenten of door de Confuls, aldaar is aangenomen.

Art. 49e

In alle gevallen, wanneer op den rand van eene andere reeds ingefchrevene acte, melding van eene acte betrekkelijk den ftand van burger, gemaakt moet worden, zal zulks ge- Schieden, ten verzoeke der belanghebbende partijen, door den Ambtenaar van den burgerlijken ftand, in de loopende registers, of op die, welke in de archieven van de gemeente ter bewaring overgebragt zijn, als mede door den Griffier der regtbank van de eerfte inftantie in de ter griffie bewaard wordende registers.- Ten welken einde de ambtenaar van den burgerlijken ftand, binnen drie dagen, aan den Pro- cureur des Keizers van gezegde regtbank daar van zal ken- nis geven, welke zorgen zal, dat deze vermelding, op eene en dezelfde manier, in de beide registers. gedaan worde.

Art. 50.

Elke overtreding van de voorgaande Artikelen, door de daarbij vermelde ambtenaren gepleegd, zal voor de regtbank van de eerfte inftantie vervolgd, en geftraft worden met eene geldboete, die echter geene honderd francs mag te boe ven gaan.

Art. ZT.

Een ieder, aan wien de bewaring der registers is toever- trouwd, zal civiliter verantwoordelijk zijn voor de daar in ge- maakte veranderingen, behoudens zijn verhaal, zoo daar toe grond is, tegen de genen, die deze veranderingen gemaakt hebben.

Art. 32.

Elke veranderingelke wervalfching in de acten van den ftand als burger, elke infchrijving van acten op een los blad, en anders dan in de daar toe beftemde registers ge=

daan, zullen, aan partijen regt geven tot het eifchen van fcha-

am as