Van het verlies der burgerlijke reeten. 7 £ernj 8/
oorzakende, zal dezelve geene plaats hebben, dan van den dag der executie van het tweede vonnis, Art. go,
Wanneer de veroordeelde bij contumacie, die eerst na vere loop der vijf jaren zich heeft komen verdedigen, of in hech. tenis geraakt is, door het nieuwe vonnis wordt vrijgefproken„ of tot eene ftraffe veroordeeld, die den burgerlijken dood niet medebrengt, zal hij zijne burgerlijke regten ten vollen te rug bekomen, en zulks voor het toekomende, en te rekenen van den dag, dat hij in regten verfchenen is; doch het eerfte vonnis zal, ten opzigte van het voorledene, de gevolgen behouden, welke de burgerlijke dood in het verloopen tus- fchenvak, zedert het tiijdftip dat de vijf jaren geëindigd wax ren, tot den dag dac hij in regten verfchenen is, veroore zaakt had,
Art. sr,
Wanneer de veroordeelde bij contumacie fterft binnen den door de wet gunftiglijk toegeftanen tijd van vijf jaren, zonder zich te hebben komen verdedigen, of zonder gevat of gearresteerd te zijn, zal hij geacht worden in het volle genot zijner regten geftorven te zijn. Het vonnis bij contu- macie zal van zelve naar regten vernietigd zijns onvermin= derd nogtans de civiele actie, welke tegen de erfgenamen van den veroordeelden niet dan naar de civiele wijze van regten kan vervolgd worden.
Art, 32.
In geen geval zal de verjaring der ftraffe den veroordeel- den in zijne burgerlijke regten, voor het toekomende, kunnen herftellen.
Art. 33.
De goederen, door den veroordeelden verkregen, zedert dat hij tot den burgerlijken dood vervallen is, en in welker bezit hij op den dag van zijnen natuurlijken dood bevonden wordt, zullen behooren aan den Staat, volgens het regt van onterving of verval.
Niettemin zal het aan den Keizer vrijftaza om, ten voor- deele van de weduwe, kinderen„ of ouders van den veroor- deelden, daar over zoodanige befchikkingen te maken, als waar toe de menfchelijkheid hem bewegen zal.


